Publicaties

Wetsvoorstel tot nadere regeling van de wederbeleggingsvergoeding (bij vervroegde terugbetaling van kredieten)

In de Belgische Kamer voor Volksvertegenwoordigers werd op 19 november 2012 door mevrouw Muriel Gerkens en de heren Georges Gilkinet en Stefaan Van Hecke een wetsvoorstel ingediend dat een duidelijkere en billijkere regeling wenst na te streven voor de wederbeleggingsvergoeding die u aan uw bankinstelling dient te betalen als schadevergoeding bij een vervroegde terugbetaling van uw privé- en beroepskredieten.

Momenteel is het zo dat een kredietnemer een schadevergoeding dient te betalen, die afhankelijk van de aard van zijn krediet, al dan niet wettelijk geregeld is, en bij gebreke aan een wettelijke regeling, behoorlijk fors kan oplopen:

  • in geval van hypothecaire woonkredieten (in privé sfeer): maximaal driemaal het interestaandeel in de laatste maandelijkse aflossing (artikel 12 van de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet)
  • in geval van beroepskredieten bepaalt artikel 1907bis van het Burgerlijk Wetboek dat bij (gehele of gedeeltelijke) terugbetaling van een lening, in geen geval een vergoeding voor wederbelegging kan worden gevorderd, groter dan zes maanden interest.

Het schoentje wringt in de laatste bepaling, met name gelegen in het feit deze laatste bepaling enkel geldt voor beroepsmatige kredieten toegestaan in de vorm van leningen, en niet in de vorm van kredietopeningen. En daar is de vermelde regeling niet van toepassing op. Bij een kredietopening heeft de financiële instelling (contractueel voorzien overigens in de kredietovereenkomst) de mogelijkheid om haar zogenaamde funding loss te berekenen, een berekening die gebaseerd is op de bij vervroegde terugbetaling voor de financiële instelling naar de toekomst gemiste intrestopbrengsten tot aan de datum van de eerstvolgende intrestherziening, indien dit in de kredietovereenkomst voorzien is, anders tot aan de datum van de normaal voorziene volledige terugbetaling van het krediet.

Het hoeft geen uitleg dat dit vaak exuberante funding loss bedragen tot gevolg heeft, waardoor de beroepsmatige ontlener vaak niet in de mogelijkheid is, laat staan het nut ervan inziet om zijn kredieten vervroegd terug te betalen.

Dit wetsvoorstel wil hierin verandering brengen door deze wederbeleggingsvergoedingen contractueel te beperken in hoogte, en wel als volgt:

  • in geval van privé hypothecaire kredieten wordt de wederbeleggingsvergoeding beperkt tot één (in plaats van drie) maand intrestdeel in de laatste aflossing;
  • in geval van andere kredieten (ook de kredietopeningen) wordt de wederbeleggingsvergoeding beperkt tot twee (in plaats van zes of de ongelimiteerde funding loss periode) maanden intrestdeel in de laatste aflossing.
  1. In elk geval dient afgewacht te worden of dit wetsvoorstel in deze vorm goedgekeurd wordt, of welke wijzigingen alsnog eraan toegevoegd worden.