Publicaties

Verhoging btw-vrijstelling voor kleine ondernemingen

In april 2015 werd het drempelbedrag voor de bijzondere vrijstelling voor kleine ondernemingen in de BTW-sfeer reeds verhoogd van 5.580 EUR naar 15.000 EUR. Toen al was aangekondigd dat het uiteindelijke doel was deze drempel op een bedrag van 25.000 EUR te brengen. Dit is nu gebeurd, waarbij dit enkel nog in een formele wettekst gegoten dient te worden. De inwerkingtreding is voorzien voor 1 januari 2016.

Gevolgen van de drempelverhoging

Voor de ondernemingen die momenteel reeds deze bijzondere vrijstellingsregeling genieten, is er geen wijziging. Maar met name de belastingplichtigen met een omzet tussen 15.000 EUR en 25.000 EUR, kunnen nu kiezen deze vrijstelling te gebruiken. Wie momenteel aan de voorwaarden voor de vrijstelling voldoet, maakt op een gegeven moment (automatisch) de overstap, tenzij de belastingplichtige het bevoegde btw-controlekantoor tijdig laat weten onderworpen te willen blijven aan de btw. Nieuwe ondernemingen kiezen al dan niet voor vrijstellingsregeling bij de indiening tot activatie van hun btw-nummer, en dit gebaseerd op de vermoedelijke omzet in het jaar van aanvang van de activiteit.

De bijzondere vrijstellingsregeling: een (soms moeilijke) keuze tussen enerzijds minder verplichte btw-formaliteiten en anderzijds het verlies van recht op btw-aftrek

De btw-plichtige die de bijzondere vrijstellingsregeling geniet moet geen btw aanrekenen op haar verkoopfacturen. Zij dient dan ook geen btw-aangifte meer in. De jaarlijkse btw-listing is nog wel verplicht.

Bepaalde activiteiten en handelingen zijn echter uitgesloten van de vrijstellingsregeling, zoals onder meer de activiteiten van een btw-eenheid, bepaalde handelingen die op incidentele wijze worden verricht (bijvoorbeeld met betrekking tot werk in onroerende staat), de overdracht van nieuwe gebouwen door toevallige belastingplichtigen, … .

Een onderneming onderworpen aan de normale (of forfaitaire) belastingregeling die overstapt naar de bijzondere vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen, verliest vanaf dan haar recht op aftrek. Dit heeft bovendien nog gevolgen voor haar recht op aftrek van btw, die zij voordien gedaan heeft op bepaalde (investerings)uitgaven. Hiervoor dient zij binnen de maand vanaf de wijziging van de belastingregeling een herziening te doen van de btw op:

  • andere goederen dan bedrijfsmiddelen die nog niet werden vervreemd en op de nog niet gebruikte diensten;
  • bedrijfsmiddelen: herziening naar verhouding van de resterende jaren van de herzieningsperiode (5 jaar voor roerende goederen en 15 jaar voor onroerende goederen.