Publicaties

Uw vzw belast zoals een vennootschap?

De meeste mensen gaan er zomaar vanuit dat een vzw, omdat die in principe geen winstoogmerk heeft, niet onder de vennootschapsbelasting valt. Dat is echter niet helemaal waar. Opdat vzw’s in de gunstigere rechtspersonenbelasting belast zouden worden, in plaats van zoals een vennootschap in de vennootschapsbelasting, moet ze aan bijkomende voorwaarden voldoen.

Rechtspersonenbelasting in plaats van vennootschapsbelasting

De vzw's in de hieronder beschreven situaties moeten wel degelijk belasting betalen: zij vallen echter onder de rechtspersonenbelasting in plaats van de vennootschapsbelasting. De grondslag van de rechtspersonenbelasting wordt op een andere manier berekend en valt heel wat voordeliger uit.

Rechtspersonen die zijn vrijgesteld wegens de activiteit die ze uitoefenen

Sommige vzw's die winstgevende verrichtingen uitvoeren, zijn toch niet aan de vennootschapsbelasting onderworpen. Het gaat om vzw's die hun activiteiten 'hoofdzakelijk of uitsluitend' in enkele specifieke sectoren ontplooien:

  • het bestuderen, beschermen en bevorderen van de (inter)professionele belangen van hun leden;
  • het verstrekken en steunen van onderwijs;
  • het organiseren van handelsbeurzen;
  • werken als sociaal secretariaat;
  • gezins- en bejaardenhulp.

Let op: het gaat over vzw's die deze activiteiten uitoefenen. Een vennootschap die lessen en cursussen organiseert (en dus onderwijs verstrekt), valt uiteraard niet onder deze omschrijving en is dus wel aan de vennootschapsbelasting onderworpen.

Maar wat betekent 'hoofdzakelijk of uitsluitend'? Daarvoor kijkt men naar de verhouding tussen de inkomsten die de vzw haalt uit haar vrijgestelde maatschappelijke doel en de inkomsten die de vzw haalt uit andere winstgevende activiteiten. Het is uiteraard de bedoeling dat de inkomsten uit het maatschappelijke doel het leeuwendeel van de inkomsten uitmaken.

Toegelaten verrichtingen

Daarnaast zijn er vzw's die zich bezighouden met verrichtingen die in feite van winstgevende aard zijn, maar die door de wet niet als verrichtingen van winstgevende aard worden beschouwd. Die noemt men ook wel 'toegelaten verrichtingen'. Let op: ook hier gaat het steeds weer over vzw's (en andere rechtspersonen zonder winstoogmerk) die deze verrichtingen doen, vennootschappen die zich hiermee bezighouden worden wel belast in de vennootschapsbelasting.

Alleenstaande of uitzonderlijke verrichtingen

Activiteiten die slechts af en toe worden georganiseerd, zodat ze geen 'bezigheid' vormen. Bijvoorbeeld een sportclub die een tombola inricht, een school die jaarlijks een Vlaamse kermis organiseert, een jeugdbeweging die een wafelenbak doet,...

Verrichtingen die bestaan in het beleggen van fondsen ingezameld in het kader van de statutaire opdracht

Roerende en onroerende beleggingsverrichtingen door bijvoorbeeld pensioenfondsen (die de vorm van een vzw hebben).

Bijkomstige verrichtingen

Een vzw mag ook bijkomstige winstgevende verrichtingen ontwikkelen, als die noodzakelijk zijn om het ideële, maatschappelijk doel van de vereniging te realiseren. Bijvoorbeeld het uitgeven van een tijdschrift dat het culturele doel van de vzw promoot (zelfs met reclame), het uitbaten van een kantine door een sportclub,....

Het bijkomstige karakter wordt daarnaast ook kwantitatief beoordeeld: daarvoor kijkt de fiscus naar de mensen en middelen die worden ingezet voor de onbaatzuchtige (hoofd)activiteit, die belangrijker moeten zijn dan mensen en middelen ingezet voor de bijkomstige activiteit.

Niet werken volgens handelsmethoden

Een verrichting kan slechts beschouwd worden als 'niet van winstgevende aard', als ze niet volgens handels- of nijverheidsmethoden wordt uitgevoerd. Er mag dus niet te professioneel/commercieel te werk gegaan worden. Hoe wordt dat beoordeeld? O.a. het ingezette personeel, de manier waarop men klanten werft, de reclame die men maakt, de financiering, ...worden als criteria gebruikt.

Ten slotte: publiekrechtelijke rechtspersonen

Ook een hele reeks publiekrechtelijke rechtspersonen vallen onder de rechtspersonenbelasting (o.a. intercommunales, De Lijn, TEC en MIVB).