Publicaties

U kan een vrijstelling krijgen als u bijkomend personeel met een laag loon aanwerft

Ondernemers en vrije beroepers die bijkomend personeel aannemen, kunnen daarvoor een fiscale vrijstelling van 3.720 EUR (basisbedrag) krijgen. Daarvoor gelden natuurlijk wel enkele voorwaarden. De ondernemer mag bij het aanvang van zijn activiteit maximaal 11 mensen in dienst gehad hebben. Het extra aangeworven personeelslid mag maximaal 11,88 EUR per uur verdienen.

Wie heeft recht op de vrijstelling?

De vrijstelling geldt zowel voor ondernemingen (vennootschappen en zelfstandigen) als vrije beroepers (advocaten, notarissen, artsen, ...) die een nieuw personeelslid aanwerven. Enkel 'kleine' werkgevers hebben er recht op, dat wil zeggen: ondernemers of vrije beroepers die maximaal elf personeelsleden in dienst hadden

  • op 31 december 1997 (moment waarop deze maatregel werd ingevoerd);
  • of op het einde van hun eerste exploitatiejaar als ze zijn opgericht na 31 december 1997.

De voorwaarde slechts elf personeelsleden in dienst te hebben, geldt enkel op dat moment.

Voorbeeld
Een ondernemer heeft op 31 december 1997 acht mensen in dienst. In 2004 neemt hij vijf mensen bijkomend aan: voor deze bijkomende personeelsleden heeft hij recht op de vrijstelling. Eind 2004 heeft hij dus dertien mensen in dienst. In 2007 werft hij nog eens twee mensen aan: ook hiervoor heeft hij recht op de vrijstelling (het volstaat dus dat hij minder dan elf mensen in dienst had in 1997).

Waaraan moet het bijkomend personeel voldoen?

Het bijkomend tewerkgesteld personeelslid moet werkzaam zijn in België. Zijn brutoloon mag niet hoger zijn dan 90,32 EUR per dag en 11,88 EUR per uur.

Vrijstelling per bijkomend personeelslid

De vrijstelling bedraagt 3.720 EUR (dat is evenwel het basisbedrag, dat mag nog geïndexeerd worden: voor de inkomsten van 2013, dat is aanslagjaar 2014, komt dat uiteindelijk neer op 5.600 EUR). De vrijstelling geldt per bijkomend personeelslid. Deze vrijstelling was oorspronkelijk als tijdelijke maatregel bedoeld, maar werd in 2008 permanent ingevoerd.

Berekenen of er een personeelslid is bijgekomen

De fiscus berekent of en hoeveel personeelsleden er zijn bijgekomen door het gemiddeld personeelsbestand van de belastingplichtige tijdens het kalenderjaar dat voorafgaat aan het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd, te vergelijken met dat van het daaraan voorgaande kalenderjaar.

Voorbeeld
Het gemiddeld personeelsbestand in 2012 bedraagt 14. Het gemiddeld personeelsbestand voor 2013 bedraagt 17. Voor aanslagjaar 2014 heeft de ondernemer dus drie maal recht op de vrijstelling. Er zijn immers van 2012 tot 2013 drie personeelsleden bijgekomen.

Er wordt geen rekening gehouden met de personeelsaangroei die het gevolg is van een overname van personeel van een verbonden onderneming of die het gevolg is van een reorganisatie van ondernemingen.

Voorbeeld
Vennootschap A heeft 16 werknemers. In 2013 neemt A vennootschap B over, die vijf personeelsleden heeft waarvan twee met een laag loon: A heeft geen recht op de vrijstelling.

Personeelsbestand verminderd?

Terugname van de vermindering Als het gemiddeld personeelsbestand tijdens het jaar volgend op de vrijstelling verminderd is ten opzichte van het jaar van de vrijstelling, wordt de vrijstelling teruggenomen: het eerder vrijgestelde bedrag wordt dan als winst of baten van dat belastbare tijdperk beschouwd en belast.

Niet combineren met andere vrijstelling

De onderneming mag deze vrijstelling niet combineren met andere vrijstellingen voor bijkomend personeel:

  • bijkomende personeelslid als diensthoofd van de export;
  • bijkomende personeelslid als diensthoofd van de afdeling integrale kwaliteitszorg.