Publicaties

Thin-cap of onderkapitalisatieregel - regeling vanaf 2012

Vanaf 2012 (aanslagjaar 2013) wordt een zogenaamde algemene onderkapitalisatieregel ingevoerd. De bestaande regeling die enkel van toepassing was in geval van betalingen aan belastingparadijzen, wordt nu algemeen geldend verklaard.

Uitbreiding toepassingsgebied

De bestaande maatregel tegen abnormale onderkapitalisatie van artikel 198, eerste lid, 11°, WIB 92 wordt enerzijds verstrengd wat betreft de toegelaten verhouding tussen vreemd vermogen en eigen vermogen (5/1 i.p.v. 7/1) en anderzijds uitgebreid tot intrestbetalingen aan groepsvennootschappen (tot nu toe beperkt tot intrestbetalingen aan ‘belastingparadijzen’).

Hiermee wordt geanticipeerd op het minder aantrekkelijk worden van de aftrek voor risicokapitaal (verlaging tarief, opheffing overdraagbaarheid).

Hierbij doelt de term ‘groep’ op het geheel van verbonden vennootschappen, in de zin van artikel 11 W.Venn.

Doorkijkregel

Ook wordt een doorkijkregel ingevoerd, waardoor in geval van leningen gewaarborgd door een derde of leningen waarbij een derde aan de schuldeiser de nodige middelen heeft verschaft met het oog op de financiering van de leningen, en geheel of gedeeltelijk de aan de leningen verbonden risico's draagt, deze derde wordt geacht de werkelijke verkrijger van de intresten van deze lening te zijn, indien deze waarborg of dit verschaffen van middelen als hoofddoel belasting ontwijking heeft (art. 198, zesde lid, WIB 92, in ontwerp).

Niet geviseerde vennootschappen

De aftrekbeperking bedoeld in het eerste lid, 11°, is niet van toepassing op leningen aangegaan door:

  • vennootschappen voor roerende leasing bedoeld in artikel 2 van het Koninklijk Besluit nr. 55 van 10 november 1967 tot regeling van het juridisch statuut der ondernemingen gespecialiseerd in financieringshuur en vennootschappen waarvan de voornaamste activiteit bestaat uit factoring of onroerende leasing en dit binnen de financiĆ«le sector en voor zover de ontleende kapitalen effectief dienen voor leasing- en factoringactiviteiten;
  • vennootschappen waarvan de voornaamste activiteit bestaat in het uitvoeren van een project van publiek-private samenwerking gegund na inmededingingstelling conform de reglementering inzake overheidsopdrachten.

Kapitaal van vzw’s, …

Voor de belastingplichtigen die aan de vennootschapsbelasting onderworpen zijn, op wie de Wet van 27.06.1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen van toepassing is, wordt onder gestort kapitaal, als bedoeld in eerste lid, 11°, het eigen vermogen verstaan zoals blijkt uit de balans die door deze belastingplichtigen is opgemaakt.