Publicaties

Schuldeisers beter beschermd bij kapitaalherschikking

Bij een kapitaalvermindering, bij een fusie of een splitsing, en bij de inbreng van een algemeenheid of van een bedrijfstak worden de schuldeisers van de betrokken vennootschap beschermd. Vanaf 26 december 2013 genieten ook de schuldeisers van wie de vordering wordt betwist, een bijzondere bescherming. Die schuldeisers kunnen voortaan beroep doen op de beschermingsregeling inzake zekerheidstelling en op de hoofdelijke aansprakelijkheid.

Wetswijziging ten voordele van betwiste schuldvorderingen

Handelsvennootschappen kunnen hun kapitaal herschikken door aandelenkapitaal terug te betalen, door de vennootschap te splitsen in twee afzonderlijke entiteiten, door een algemeenheid van goederen of een bedrijfstak in te brengen, of door hun kapitaal te verminderen. Door die ingrepen kan het gemeenschappelijk onderpand van hun schuldeisers afnemen.

Ter bescherming van de schuldeisers van wie de schuldvordering nog niet is vervallen, voorziet de wet verschillende maatregelen. Maar die bestaande rechtsmiddelen kunnen niet of moeilijk worden toegepast op de schuldeisers met een schuldvordering die door de vennootschap wordt aangevochten.

Om de rechten van deze schuldeisers beter te beschermen, heeft de wetgever het Wetboek van Vennootschappen gewijzigd via de Wet 22 november 2013 (BS 16 december 2013).

Rechtsmiddelen bij kapitaalherschikking

Schuldeisers met een schuldvordering die is ontstaan vóór de bekendmaking van de akte waarbij een splitsing wordt vastgesteld, en die nog niet is vervallen, kunnen eisen dat de vennootschap een zekerheid stelt. De schuldeiser kan die zekerheidstelling vorderen tot twee maanden na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van de splitsingsakte. De vordering tot zekerheidstelling kan door betaling van de schuldvordering worden afgeweerd. Bij een eventueel geschil over de zekerheidstelling is de voorzitter van de rechtbank van koophandel bevoegd. Maar de schuldeiser zal dus alleen een beroep kunnen doen op de zekerheidstelling als hij over een niet-vervallen schuldvordering beschikt.

Vorderingen tot gedwongen zekerheidstelling werden echter telkens afgewezen, ofwel omdat er twijfel bestond over de vaststaande aard van de betrokken schuldvordering, ofwel omdat de schuldvordering niet kon worden gekwantificeerd. De rechtspraak is streng.

De hoofdelijke aansprakelijkheidsregeling bepaalt dat de verkrijgende vennootschappen, bij een splitsing, hoofdelijk gehouden blijven tot betaling van de zekere en opeisbare schulden die bestaan op de dag dat de akten houdende vaststelling van het besluit tot deelneming aan de splitsing worden bekendgemaakt in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad, en die overgaan op een andere vennootschap die door de splitsing tot stand is gekomen. Die aansprakelijkheid geldt uitsluitend voor het nettoactief dat aan elk van die vennootschappen wordt toegekend. Om de bescherming te genieten van de hoofdelijke aansprakelijkheid, moet de schuldvordering dus betrekking hebben op zekere en opeisbare schulden.

De pauliaanse vordering biedt de schuldeisers de mogelijkheid in eigen naam handelingen van hun schuldenaren te betwisten, als hun rechten daardoor worden miskend. De schuldeiser moet het bedrieglijk opzet van de vennootschap in de splitsing bewijzen. Dit is niet gemakkelijk als de operatie ook economisch verantwoord lijkt. In die context biedt de pauliaanse vordering de schuldeiser die houder is van een betwiste schuld dus weinig bescherming.

De aansprakelijkheidsvordering is een noodoplossing, omdat het de aansprakelijkheid van de bestuurders wegens fout beheer of overtreding van de wet aankaart. Vaak zal een aansprakelijkheidsvordering tegen één of meer bestuurders (vaak natuurlijke personen) ontoereikend zijn om de betaling van de schuld te waarborgen. De geschillen tussen handelsvennootschappen hebben immers vaak betrekking op grote bedragen en de bedrijfsleider die in gebreke blijft, zal vaak niet in staat zijn te betalen. Een aansprakelijkheidsverzekering is bovendien geen verplichte verzekering.

De vordering tot nietigverklaring is alleen in welbepaalde gevallen mogelijk en geen enkel geval stemt overeen met een scenario dat het onderpand met betrekking tot de betwiste schulden in stand houdt. De situaties waarin een beslissing van de algemene vergadering nietig kan worden verklaard, zijn trouwens limitatief opgesomd.

Het verzoek in kort geding tot schorsing van de algemene vergadering van de betrokken vennootschap ten slotte heeft alleen betrekking op de hypothese dat er een vermoeden van fraude bestaat. Voorts zal het verzoek, zelfs bij een vermoeden van fraude, alleen gegrond zijn als de splitsende vennootschap die opdeling uit een economisch oogpunt niet kan verantwoorden.

Nieuw vanaf 26 december 2013

Ook de schuldeiser van wie de vordering wordt betwist, geniet voortaan een bijzondere bescherming. Hij kan beroep doen op de beschermingsregeling inzake zekerheidstelling én op de hoofdelijke aansprakelijkheid. Op voorwaarde dat het geschil over de schuldvordering al vóór de geplande kapitaalherschikking is aangevat. Bij onenigheid tussen de schuldeiser en de vennootschap beslist de rechtbank nog steeds over de gegrondheid van de schuldvordering en over de toekenning van de zekerheidstelling. Bij twijfel kan de rechtbank de zekerheidstelling weigeren.