Publicaties

Registratierechten: de ‘miserietaks’ van 2,5 % terug naar 1 %

Op 1 augustus 2012 werd in Vlaanderen het verdelingsrecht van 1 % verhoogd tot 2,5%. Dit was erg nadelig voor onder meer scheidende koppels, waarvan één van beide de voormalige gezinswoning bij de scheiding verwierf. De persoon die de andere uitkocht, moest dan immers 2,5 % registratierechten betalen op de volledige waarde van de woning. Reden waarom de verhoging van het verdelingsrecht ook wel miserietaks werd genoemd. De regels worden nu opnieuw aangepast en het verdelingsrecht wordt (enkel voor scheidende koppels) weer op 1 % gebracht. Maar levert dat ook echt een besparing op?

Weet u het nog: wat is het 'verdelingsrecht'?

Het verdelingsrecht is een registratierecht dat van toepassing is bij de gehele of gedeeltelijke verdeling van een onroerend goed en bij het tegen bezwarende titel uit onverdeeldheid treden.

In de pers werd bij de verhoging van deze 'verdelingstaks' vooral gesproken over koppels die uit de echt scheiden, waarbij één van de ex-partners de voormalige gezinswoning verwerft door het deel van de ander af te kopen. Maar dat is niet het enige geval, waarin het verdelingsrecht moet worden betaald. Het is bijvoorbeeld ook van toepassing als enkele erfgenamen samen een onroerend goed erven en één van hen de anderen wil uitkopen om het goed volledig te verwerven. Ze zijn dan niet langer samen eigenaar, ze treden uit onverdeeldheid.

De regeling van 2012 tot eind 2014

Na de verhoging in 2012 bedraagt het tarief 2,5 %. Als de onverdeeldheid volledig ophoudt (dus als er na de 'verkoop' nog maar één eigenaar is), wordt het verschuldigde recht berekend op de volledige waarde van het onroerend goed. Dus niet enkel het deel dat van de andere onverdeelde eigenaar gekocht wordt.

Koppels die uit de echt scheiden of die uiteen gaan als ze minstens één jaar wettelijk hebben samengewoond, krijgen een korting van 50.000 EUR. Als ze samen kinderen hebben, krijgen ze nog een bijkomende korting van 20.000 EUR per kind. Deze kortingen worden ook wel abattementen genoemd.

Een voorbeeld:
Karel en Andrea hebben in 2009 samen een woning gekocht voor 250.000 EUR. In de loop van 2014 beslissen ze uit elkaar te gaan. Ze hebben geen kinderen samen. Andrea koopt Karel uit voor 125.000 EUR. Zij wordt de enige eigenaar van de woning. In principe wordt het verschuldigde recht berekend op basis van de volledige prijs 250.000 EUR (en niet op de helft die ze nu koopt). Ze krijgt wel 50.000 EUR korting. Andrea is uiteindelijk 2,5 % verschuldigd op 200.000 EUR = 5.000 EUR.
 

Vanaf 31 december 2014

Het tarief gaat terug naar 1 %. Let op, dit hernieuwde verlaagde tarief geldt enkel voor wie nu recht heeft op één van de hierboven genoemde 'abattementen' van 50.000 EUR. Met andere woorden alleen scheidende koppels (vroeger gehuwd of wettelijk samenwonend) kunnen er van genieten.

De andere gevallen (bijvoorbeeld een erfgenaam die de andere erfgenamen van een gezamenlijk geërfd goed uitkoopt) blijven onderworpen aan de 2,5 %. Ook wanneer feitelijk samenwonenden uit elkaar gaan en één van hen de gezamenlijke woning koopt, blijft het tarief van 2,5 % van toepassing.

Levert het verlaagd tarief ook werkelijk een voordeel op?

De tariefverlaging (of beter de terugkeer naar het oude tarief) vervangt de in 2012 ingevoerde abattementen (50.000 EUR + 20.000 EUR bijkomend per kind). Die korting verdwijnt dus.

Compenseert de verlaging de afschaffing van de abattementen? Ja, dat kan blijken uit het hierboven genoemde voorbeeld van Karel en Andrea

Voorbeeld
Andrea wordt de enige eigenaar van de woning van 250.000 EUR. Het verschuldigde verdelingsrecht wordt op dit bedrag berekend. Ze heeft geen recht op het abattement, maar kan wel genieten van het verlaagd tarief van 1 %. Zij is nu 1 % van 250.000 verschuldigd = 2.500 EUR. Tegenover 5.000 EUR (2,5 % van 200.000) in het vorige voorbeeld (regels vanaf 2012 tot 2014).