Publicaties

Meerwaarden op aandelen in hoofde van vennootschappen - regeling vanaf 2012

Vanaf 2012 geldt een mogelijke belastbaarheid in hoofde van vennootschappen van de gerealiseerde meerwaarden op aandelen, onder welbepaalde voorwaarden. een toelichting.

Permanentievoorwaarde voor vrijstelling meerwaarde

De vrijstelling van de meerwaarden op aandelen in hoofde van vennootschappen wordt onderworpen aan een zogenaamde ‘permanentievoorwaarde’. Hiertoe wordt in artikel 192 WIB 92 opgenomen dat de vrijstelling van de meerwaarden op aandelen wordt beperkt tot de gerealiseerde meerwaarden op aandelen die gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar in volle eigendom werden behouden.

Nieuw is ook dat meerwaarden op aandelen die zogenaamde ‘tradingvennootschappen’ realiseren op aandelen in de handelsportefeuille altijd belastbaar zullen zijn en de minderwaarden op die aandelen aftrekbaar. Deze regeling is ingevoerd omdat de toepassing van de permanentievoorwaarde zou leiden tot een systematische belasting op gerealiseerde meerwaarden, terwijl de minderwaarden en de waardeverminderingen niet aftrekbaar zouden zijn op basis van artikel 198, eerste lid, 7°, WIB 92. Met ‘tradingvennootschappen’ worden bedoeld de ondernemingen waarvoor het KB van 23.09.1992 op de jaarrekening van de kredietinstellingen, de beleggingsondernemingen en de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, geldt. Wat een handelsportefeuille is staat omschreven in artikel 35ter, § 1, tweede lid, a, van hetzelfde KB.

Verder wordt nog bepaald dat voor de toepassing van de permanentievoorwaarde, wat de aandelen verkregen als tegenprestatie voor belastingneutrale verrichtingen betreft, (bedoeld in artikelen 46, § 1, eerste lid, 2°; 211; 214, § 1, en 231, §§ 2 en 3), die, naargelang het geval, beantwoorden aan het bepaalde in artikel 183bis, de in ruil ontvangen aandelen geacht worden te zijn verkregen op de datum waarop de geruilde aandelen zijn verkregen om vast te stellen of aan de voorwaarde van behoud gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar in volle eigendom is voldaan.

Meerwaarden op vruchtgebruik op aandelen

De Programmawet wijzigt artikel 192 WIB 92 zodanig dat, opdat de meerwaardevrijstelling van toepassing zou zijn, vereist is dat de volle eigendom van de aandelen wordt aangehouden gedurende een ononderbroken periode van één jaar.

Meerwaarden op het vruchtgebruik kunnen dus niet genieten van de vrijstelling.

Tarief van 25 %

In beginsel is een belastbare meerwaarde op aandelen onderworpen aan het gewone (vlak of verlaagd opklimmend) tarief van de vennootschapsbelasting. De meerwaarden op aandelen die belastbaar zijn wegens niet voldaan aan de permanentievoorwaarde, zullen afzonderlijk belastbaar zijn aan 25 %.

Dit tarief geldt niet voor de in artikel 45, § 1, eerste lid, 1°, bedoelde meerwaarden verwezenlijkt of vastgesteld bij de verdeling van het vermogen van een ontbonden vennootschap, die sowieso van belasting zijn vrijgesteld. De meerwaarden op aandelen die belastbaar zijn omdat de eventuele inkomsten niet in aanmerking komen om krachtens de artikelen 202, § 1, en 203 van de winst te worden afgetrokken, blijven belastbaar aan het tarieven van 215 en 216 WIB 92.