Publicaties

Liquidatiebonus voortaan aan 25% roerende voorheffing onderworpen

De liquidatiebonus die u verwerft bij de volledige verdeling van het maatschappelijk vermogen van uw vennootschap wordt vanaf 1 oktober 2014 onderworpen aan het algemeen tarief van 25% roerende voorheffing (RV). Dat lijkt nog veraf, maar toch kan u nu al op deze wijziging anticiperen en - onder bepaalde voorwaarden - belaste reserves uitkeren aan 10% RV. U mag daarna wel acht jaar lang geen kapitaalvermindering doorvoeren en uw dividendpolitiek niet aanpassen.

Roerende voorheffing stijgt naar 25% vanaf 1 oktober 2014

In de laatste begrotingsronde heeft de regering beslist de roerende voorheffing op liquidatieboni te verhogen tot 25%. Deze tariefwijziging gaat in vanaf 1 oktober 2014 (het duurt nog meer dan een jaar dus).

Voorlopig geldt nog even het tarief van 10% voor deze liquidatieboni. Terwijl andere dividenden onderworpen zijn aan het standaardtarief van 25% RV.

Wat is dat precies een liquidatiebonus?

De liquidatiebonus is de som geld die aandeelhouders verkrijgen bij de ontbinding van de vennootschap. De uitgekeerde som is wat overblijft na de verkoop van activa, het innen van de vorderingen en het afbetalen van de schulden. Het positieve verschil tussen de uitgekeerde som en de gerevaloriseerde waarde van het gestort kapitaal wordt beschouwd als een uitgekeerd dividend. U moet er dan ook belastingen (roerende voorheffing) op betalen. Wat er bij een liquidatie als terugbetaling van gestort kapitaal wordt beschouwd, is geen dividend en wordt niet belast.

Kunt u nu al iets doen? Belaste reserves uitkeren vanaf 1 juli 2013

Vanaf 1 juli 2013 kan u de belaste reserves (beschikbare reserves en overgedragen winst - niet de wettelijke reserve, de onbeschikbare reserves en de belastingvrije reserves) van uw vennootschap als dividend uitkeren aan 10% RV. Let wel op: enkel de belaste reserves die definitief zijn vastgesteld door de algemene vergadering ten laatste op 31 maart 2013, komen in aanmerking. Voor vele vennootschappen die hun boekjaar hebben afgesloten op 31 december 2012, heeft de algemene vergadering op die datum de belaste reserves echter nog niet vastgesteld. Dit betekent voor die vennootschappen dat enkel de belaste reserves zoals ze vaststonden op 31 december 2011 in aanmerking komen, en indien deze reservers nog voorkomen in de balans per 31 december 2012. De aangroei van de reserves in 2012 zal geen gevolg hebben. Maar het verwerken avn het verlies van het boekjaar 2012 geeft wel aanleiding tot een daling van de reserves en vermindert dus de basis voor een mogelijke incorporatie.

Bovendien geldt de voorwaarde dat deze dividenden onmiddellijk daarna gebruikt worden om een kapitaalverhoging door te voeren. Zo worden de belaste reserves dus omgezet in gestort kapitaal. Gestort kapitaal kan u uitkeren zonder dat er RV op verschuldigd is.

De verhoging van het kapitaal leidt tot een statutenwijziging. Dit kan onderhands voor een VOF, CVOA en een Comm.V, maar vereist de tussenkomst van een notaris voor een BVBA, NV, CVBA en Comm.VA. Een latere kapitaalvermindering (om de gelden belastingvrij uit te keren) betekent wederom een aanpassing van de statuten.

Maar voorlopig geen kapitaalvermindering doen, want dan moet u alsnog betalen

Toch krijgt dit deel van het gestort kapitaal (dat bestaat uit omgezette reserves) een speciale behandeling. Voor grote vennootschappen mag in de eerste acht jaar na de omzetting van de reserves in kapitaal er geen kapitaalvermindering plaatsvinden. Als u toch een kapitaalvermindering doet en dus geld uitkeert aan uw aandeelhouders, wordt die vermindering eerst toegeschreven aan de omgezette reserves. Met andere woorden als de kapitaalvermindering leidt tot het uitkeren van 'omgezette reserves' aan de vennoten, wordt die uitkering alsnog als een dividenduitkering behandeld. U zal er dan ook RV op moeten betalen.

Welk tarief wordt toegepast, hangt af van het tijdstip van de uitkering/kapitaalvermindering:

  • tijdens de eerste vier jaar volgend op de inbreng: 15% bijbetalen (in totaal heeft u dan het normale tarief van 25% betaald, 10% bij de omzetting van de reserves en 15% bij de kapitaalvermindering);
  • tijdens het vijfde en zesde jaar volgend op de inbreng: 10%;
  • tijdens het zevende en achtste volgend op de inbreng: 5%.

Voor kleine vennootschappen (de KMO's) is een kapitaalvermindering verboden tijdens de eerste vier jaar na de verrichting. Doen ze het toch, moet er ook RV ingehouden worden:

  • tijdens de eerste twee jaar volgend op de inbreng: 15% bijbetalen;
  • tijdens het derde jaar volgend op de inbreng: 10%;
  • tijdens het vierde jaar volgend op de inbreng: 5%.

Een vennootschap is klein wanneer ze in het laatste en het voorlaatste belastbare tijdperk niet meer dan één van de volgende criteria overschrijdt:

  • omzet op jaarbasis: 7.300.000 euro exclusief btw;
  • Balanstotaal op jaarbasis: 3.650.000 euro,exclusief btw;
  • gemiddeld aantal personeelsleden op jaarbasis: 50.

Is het gemiddeld aantal personeelsleden op jaarbasis minstens gelijk aan 100, dan wordt de vennootschap sowieso als groot beschouwd.

Het relevante tijdstip voor deze beoordeling is het belastbare tijdperk waarin het uitgekeerde dividend wordt ingebracht in kapitaal.

Verander uw dividendpolitiek niet, want dan wordt u bestraft

De programmawet voert ook een nieuwe, specifieke antimisbruikbepaling in.

Vennootschappen mogen hun dividendenbeleid niet wijzigen. De regering wil niet dat vennootschappen stoppen met gewone dividenden uit te keren, om zo meer geld te kunnen opnemen in kapitaal. Dat leidt er immers toe dat men een heffing van 25 % op de uitgekeerde dividenden vervangt door een betaling van 10% voor incorporatie in kapitaal. Zo loopt de Schatkist 15% RV mis.

Daarom wordt er een afzonderlijke aanslag ingevoerd, die verschuldigd is wanneer een vennootschap tijdens het belastbaar tijdperk waarin de omzetting van de reserves in kapitaal heeft plaatsgevonden een positief boekhoudkundig resultaat heeft. Bovendien moeten er in minstens één van de vijf belastbare tijdperken voorafgaand aan de incorporatie dividenden zijn verleend of toegekend.

De aanslag bedraagt 15% op het positieve verschil tussen het effectieve dividend en het normale dividend zoals verwacht op basis van de uitkeringspolitiek in de voorbije jaren. Dat verschil wordt berekend volgens een formule, waarop we hier niet verder ingaan.

Er is dus geen fiscale bestraffing in het geval de vennootschap in het jaar van de incorporatie van het dividend in kapitaal, verlies maakt.