Publicaties

Jeugd/seniorvakantie of aanvullende vakantie: maak de juiste keuze!

 

In hetzelfde kalenderjaar is er geen cumulatie mogelijk tussen jeugdvakantie en het nieuwe stelsel van aanvullende vakantie. Een werknemer zal dus een keuze moeten maken tussen beide stelsels.

  • Jeugdvakantie laat toe dat een werknemer in het jaar nadat hij zijn studies heeft beëindigd, toch 4 weken vakantie kan nemen.
  • Seniorvakantie is het recht voor een werknemer van 50 jaar of ouder om toch 4 weken vakantie te nemen in het jaar nadat hij teruggekeerd is van een periode werkloosheid of langdurige arbeidsongeschiktheid
  • Aanvullende vakantie laat toe dat een werknemer in het jaar dat hij in dienst komt en het jaar dat er op volgt, toch vakantie kan nemen.

Sinds 1 april 2012 kan een werknemer dus genieten van aanvullende vakantie. Volgens de FOD Sociale Zekerheid is een cumulatie in hetzelfde kalenderjaar niet mogelijk. Dit betekent dat de betrokken werknemer een keuze moet maken tussen het stelsel van jeugdvakantie of het nieuwe stelsel van aanvullende vakantie.

Beide systemen zijn een recht voor de werknemer, geen plicht. Zij kunnen slechts na uitputting van de wettelijke vakantiedagen toegepast worden. Beide systemen laten niet toe meer dan maximaal 4 weken vakantie op te nemen.

Jeugdvakantie

Voorwaarden:

Om in aanmerking te komen voor jeugdvakantie, moet de jongere aan volgende voorwaarden voldoen:

  • Op 31 december van het vakantiedienstjaar de leeftijd van 25 jaar niet bereikt hebben;
  • In de loop van het vakantiedienstjaar zijn studies (met inbegrip van de periode van het maken van een eindwerk) hebben beëindigd;
  • Na de beëindiging van de studies, in de loop van het vakantiedienstjaar gewerkt hebben als loontrekkende gedurende een minimumperiode. De jongere moet gedurende ten minste één maand verbonden zijn door één of meerdere arbeidsovereenkomsten, en deze tewerkstelling moet ten minste 13 arbeidsdagen in de zin van de werkloosheidsreglementering omvatten.

Uitkering:

De werknemer ontvangt geen loon van de werkgever, maar een jeugdvakantie-uitkering van de RVA.

Aanvullende vakantie

Voorwaarden:

Een werknemer kan slechts zijn recht op aanvullende vakantie inroepen wanneer hij aan de volgende voorwaarden voldoet:

  • De activiteit in dienst van één of meerdere werkgevers wordt aangevat of hervat;
  • Werkelijke arbeidsprestaties hebben verricht of met arbeid gelijkgestelde onderbreking hebben gehad tijdens ten minste drie maanden al dan niet doorlopend gedurende eenzelfde kalenderjaar, bij een of meerdere werkgevers. Deze periode wordt “aanloopperiode” genoemd.
  • De eventuele wettelijke vakantiedagen moeten zijn opgebruikt.

Uitkering:

De werkgever betaalt op de gewone datum waarop het loon wordt uitbetaald aan de werknemer een bedrag dat gelijk is aan zijn normaal loon voor de dagen aanvullende vakantie.

Het aanvullende vakantiegeld wordt in mindering gebracht van latere uitbetalingen van dubbel vakantiegeld.

De begrippen “aanvatten” en “hervatten”:

Aanvatten: iedere activiteit van een werknemer die niet onderworpen is geweest aan de vakantiereglementering voor werknemers tijdens het vakantiedienstjaar.

Volgens het verslag aan de Koning bij het KB gaat het hier over de volgende situaties:

  • personen die een beroepsactiviteit beginnen als werknemer
  • de personen die een activiteit uitoefenen na een periode van activiteit in het buitenland
  • personen die van het zelfstandigenstatuut overstappen naar het werknemersstatuut
  • de personen die overstappen van de overheidssector naar de privésector

Hervatten: iedere activiteit door een werknemer in één van de volgende situaties:

  • na een langdurige periode van volledige werkloosheid
  • na langdurige arbeidsongeschiktheid (in het kader van de ZIV-reglementering);
  • na legerdienst
  • na een periode van voltijds tijdskrediet
  • na een periode van voltijds themaverlof (palliatief verlof, ouderschapsverlof en zorgverlof)
  • na een "verlof zonder wedde”

Vergelijking tussen jeugdvakantie en aanvullende vakantie

Om een correcte keuze te kunnen maken tussen beide systemen: een vergelijking tussen de belangrijkste verschilpunten.

 JEUGDVAKANTIEAANVULLENDE VAKANTIE
Wie betaalt ? RVA betaalt jeugdvakantie- uitkeringwerkgever (bediende) of vakantiekas (arbeider)
Welke vergoeding ?65% van het brutoloon, begrensd tot 2.039,32 EURgewoon vast loon (geen variabel loon)
Verrekening ?geenaftrek van het latere dubbele vakantiegeld
Gevolgen voor sociale zekerheid ?gelijkstelling voor andere takken SZ (o.a. pensioen)(voorlopig) geen gelijkstelling
Opbouw aantal dagen?op 1 januari van vakantiejaaropbouw in functie van prestaties in vakantiejaar

Voorbeeld

Een voltijds tewerkgestelde werknemer voldoet aan de voorwaarden tot het bekomen van jeugdvakantie. Gedurende de maand januari 2012 was hij werkloos. Hij hervat het werk op 1 februari 2012. Na uitputting van zijn 3 wettelijke dagen, heeft de werknemer de keuze tussen:

  • 17 jeugdvakantiedagen op te nemen op moment naar keuze
  • Aanvullende vakantie: de werknemer heeft recht op een week aanvullende vakantie vanaf de laatste week van de aanloopperiode van 3 maanden, vervolgens 2 dagen per gepresteerde maand (in 6-dagenstelsel).

Indien de werknemer zijn vakantie wil opnemen voor een reis van 15 dagen in juli, zal hij nog niet alle vakantiedagen opgebouwd hebben in dit laatste systeem. Bij de jeugdvakantie levert dit geen probleem op.

Conclusie

De jeugdvakantie is een voordeliger systeem.

Wanneer een werknemer de keuze heeft tussen beide systemen, lijkt op het eerste zicht aanvullende vakantie beter. De werknemer krijgt immers 100% van zijn gewoon loon doorbetaald in plaats van een begrensde uitkering. Maar het loon voor de aanvullende vakantie wordt later in mindering gebracht van het dubbel vakantiegeld. M.a.w. de werknemer moet het loon terugbetalen!!