Publicaties

Geheime commissielonen - toepassing van de nieuwe circulaire

De fiscale administratie publiceerde op 11 juni 2015 een circulaire naar aanleiding van de recente versoepeling van de zogenaamde “monsterbelasting van 309%”.

Deze bijzondere aanslag geheime commissielonen liet de fiscus toe om een afzonderlijke aanslag van 309% te vestigen op alle uitgaven (erelonen, commissielonen, voordelen van alle aard) van de vennootschap waarvoor niet correct of tijdig aan de ficheverplichting was voldaan, op verdoken meerwinsten of op bedragen betaald met het oog op omkoping, volgens artikel 219 van het Wetboek Inkomstenbelasting.

In een programmawet versoepelt de wetgever het regime van de bijzondere aanslag geheime commissielonen en komt hij in belangrijke mate tegemoet aan de discussies en problemen bij controles in de praktijk.

Het tarief van de aanslag geheime commissielonen daalt van 309% tot 103% of zelfs tot 51,5%, ingeval de belastingplichtige kan aantonen dat de verkrijger van het voordeel een rechtspersoon is of wanneer de verdoken meerwinsten onder bepaalde voorwaarden terug in de boekhouding worden opgenomen.

Bovendien werd het gemakkelijker om de aanslag te vermijden, namelijk door de verkrijger van de vergoeding of het voordeel bekend te maken.

Zoals in de vroegere regeling, speelt de aanslag niet als de vennootschap aantoont dat de genieter het niet op fiche vermelde voordeel tijdig heeft aangegeven in diens eigen Belgische of buitenlandse fiscale aangifte.

De wet voorziet vervolgens dat voortaan geen bijzondere aanslag kan worden gevestigd indien de verkrijger van het commissieloon die “op ondubbelzinnige wijze werd geïdentificeerd uiterlijk binnen 2 jaar en 6 maanden volgend op 1 januari van het betreffend aanslagjaar”.

De fiscale administratie gaat echter in zijn circulaire in tegen deze versoepeling. Zij knoopt de ondubbelzinnige identificatie van de genieter vast aan “een schriftelijk akkoord van de verkrijger met vermelding van zijn identiteit, zijn nationaal nummer en het bedrag dat hij heeft verkregen”. Deze visie vindt echter geen steun in de tekst van de wet, die niet langer over een “akkoord” van de verkrijger spreekt, doch enkel over de “identificatie”.

Wat “verdoken meerwinsten” betreft, wordt verduidelijkt dat die omschrijving alleen betrekking heeft op zwarte omzet, en niet op uitgaven waarvan de aftrek verworpen wordt. De fiscale administratie nuanceert in haar circulaire echter deze uitsluiting uit het toepassingsgebied van de bijzondere aanslag, hetgeen lijkt in te druisen tegen het standpunt van de wetgever.

Kleine kosten die niet beroepsmatig blijken te zijn (bv. restaurant- en receptiekosten, kleine ICT kosten, beperkte kosten voor kantoormateriaal, enz), worden niet geviseerd en komen niet aanmerking voor de bijzondere aanslag volgens de wetgever. Zoals vroeger, is de aanslag voor geheime commissielonen zelf fiscaal aftrekbaar voor de schuldenaar, tenzij het geheim commissieloon betaald is in een omkoop affaire of betaald aan een genieter in een belastingparadijs.

Wat betreft de inwerkingtreding, verduidelijkt de circulaire dat de wet geen aanleiding geeft tot het openen van een nieuwe bezwaartermijn, noch aanleiding kan geven tot een verzoek tot ambtshalve ontheffing.

Voorts bevestigt de circulaire de toepassing van de nieuwe regeling op nog hangende geschillen.