Publicaties

Fiscale maatregelen start-ups

De fiscale maatregelen die de wetgever recentelijk heeft uitgewerkt in het voordeel van start-ups kunnen worden onderverdeeld in drie grote categorieën:

  1. tax shelter voor startende ondernemingen;
  2. vrijstelling van roerende voorheffing op intresten van leningen aan start-ups;
  3. gedeeltelijke vrijstelling van de verplichting tot doorstorting van bedrijfsvoorheffing.

De notie micro-onderneming is nieuw. Het is een vennootschap dat aan minstens twee van volgende criteria beantwoordt

  • een balanstotaal van maximaal 350.000 euro;
  • een omzet van maximaal 700.000 euro;
  • een gemiddeld personeelsbestand gedurende het jaar van maximum 10.

Onder een KMO wordt verstaan, een vennootschap die meer dan één van de onderstaande criteria (te berekenen op geconsolideerde basis) overschrijdt:

  • een balanstotaal van 3.650.000 euro;
  • een omzet van 7.300.000 euro;
  • een gemiddeld personeelsbestand gedurende het jaar van 50.

Vennootschappen waarbij het jaargemiddelde van het personeelsbestand meer dan 100 bedraagt wordt steeds gecatalogeerd als een grote onderneming.

1. Tax shelter voor start-ups

Startende ondernemingen ondervinden heel wat moeilijkheden met het vergaren van het nodige kapitaal voor de financiering van hun investeringen en handelsactiviteiten. De Regering wil hierop een antwoord bieden via de creatie van een systeem van tax shelter voor startende ondernemingen. Natuurlijke personen kunnen genieten van een belastingvermindering (in de personenbelasting) wanneer zij investeren in een start-up, doch dit onder strenge voorwaarden en regels.

Rechtstreeks of onrechtstreeks

Investeren kan op een rechtstreekse of onrechtstreekse manier:

  • rechtstreeks: het inschrijven op en volledig volstorten van nieuwe aandelen op naam die een deel van het maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigen door een inbreng in geld (geen inbreng in natura dus), al dan niet met tussenkomst van een erkend crowdfundingplatform en dit naar aanleiding van de oprichting van de vennootschap of naar aanleiding van een kapitaalverhoging in een vennootschap die ten vroegste is opgericht op 01 januari 2013 en die plaatsvindt binnen de vier jaar na datum van de oprichting (te tellen vanaf de neerlegging van de akte van oprichting op de griffie van de Rechtbank van Koophandel);
  • onrechtstreeks: via de inschrijving op rechten van deelneming van een erkend startersfonds (het startersfonds dient binnen een bepaald kader de inbrengen die ze ontvangt en de winsten die ze realiseert te investeren in jonge ondernemingen).

Fiscaal voordeel

Volgende belastingverminderingen kunnen worden genoten in de aangifte in de personenbelasting:

  • voor een rechtstreekse investering in een micro-onderneming (kwalificatie als micro-onderneming te beoordelen voor het aanslagjaar dat verbonden is aan het belastbaar tijdperk waarin de kapitaalinbreng wordt gedaan): 45% van het geïnvesteerd bedrag;
  • voor een rechtstreekse investering in een KMO-vennootschap (kwalificatie als KMO voor het aanslagjaar dat verbonden is aan het belastbaar tijdperk waarin de kapitaalinbreng wordt gedaan, volstaat): 30% van het geïnvesteerd bedrag;
  • voor een onrechtstreekse investering: 30% van het geïnvesteerd bedrag.

Maar opgelet. Er bestaat een verschil in timing wat de toepassing van de fiscale korting betreft. In het geval van een rechtstreekse deelneming in het kapitaal wordt de belastingvermindering toegepast in het inkomstenjaar waarin de investering plaatsvindt. Bij de tussenkomst van een startersfonds schuift het fiscaal voordeel een jaar op in de tijd omdat eerst op 31 december van het jaar volgend op het jaar van de investering moet worden beoordeeld of aan alle gestelde voorwaarden is voldaan.

Bijvoorbeeld
In de loop van het jaar 2016 investeert een natuurlijk persoon rechtstreeks in het kapitaal van een startende vennootschap, dan wordt de belastingvermindering toegekend in het inkomstenjaar 2016 (aanslagjaar 2017). Eenzelfde investering via een startersfonds geeft aanleiding tot een belastingvermindering in het inkomstenjaar 2017 (aanslagjaar 2018), want eerst dient per 31 december 2017 te worden nagegaan of het startersfonds aan alle verplichtingen heeft voldaan.

 

Verplichte houdbaarheidsduur

De investeerder is verplicht de aandelen of rechten van deelneming minimaal vier jaar aan te houden (behoudens faling). In geval van een vrijwillige uitstap gedurende de eerste vier jaar zal het fiscaal voordeel worden gecorrigeerd in verhouding met het aantal maanden tussen de uittreding en het vierde jaar.

Uitgesloten vennootschappen

De onderstaande vennootschappen zijn uitgesloten van deze maatregel:

  • beleggings-, thesaurie- en financieringsvennootschappen;
  • vastgoedvennootschappen (cfr. de wet, vennootschappen met als statutair hoofddoel of voornaamste activiteit de oprichting, de verwerving, het beheer, de verbouwing, de verkoop of de verhuur van vastgoed voor eigen rekening of het bezit van deelnemingen in vennootschappen met een soortgelijk doel);
  • vennootschappen met (zakelijke rechten op) onroerende goederen waarvan bedrijfsleiders, hun echtgenoot of minderjarige kinderen, het gebruik hebben;
  • managementvennootschappen (cfr. de wet, vennootschappen die zijn opgericht met het oog op het afsluiten van een management- of bestuurdersovereenkomst of die haar voornaamste bron van inkomsten halen uit management- of bestuurdersovereenkomsten);
  • beursgenoteerde vennootschappen;
  • vennootschappen die in het verleden een kapitaalvermindering hebben doorgevoerd;
  • vennootschappen die reeds dividenden hebben uitgekeerd;
  • vennootschappen die zijn opgericht naar aanleiding van een fusie of een splitsing;
  • vennootschappen die het voorwerp uitmaken van een insolventieprocedure of zich bevinden in de voorwaarde van een collectieve insolventieprocedure;
  • vennootschappen die de ontvangen gelden gebruiken om dividenden uit te keren, aandelen aan te kopen of leningen te verstrekken.

Grensbedragen

Het bedrag dat een vennootschap rechtstreeks of onrechtstreeks via een startersfonds, via het tax shelter systeem kan ophalen is 250.000 euro.

De natuurlijke persoon zelf kan via de tax shelter tot 30 procent participeren in het kapitaal van de startende vennootschap (rechtstreekse en onrechtstreekse deelneming wordt opgeteld, aldus zal het startersfonds haar deelnemingen in de betreffende ondernemingen publiekelijk kenbaar moeten maken).

De betalingen voor het verwerven van nieuwe aandelen of rechten van deelneming in een startersfonds komen voor een belastingvermindering in aanmerking tot een bedrag van 100.000 euro per belastbaar tijdperk en per belastingplichtige (maal twee dus voor echtgenoten en wettelijk samenwonenden).

Niet voor bedrijfsleiders

Het stelsel kan niet worden toegepast door een natuurlijk persoon voor de vennootschap waarin hij of zij bedrijfsleider van de eerste categorie (ook niet als vaste vertegenwoordiger van een vennootschap-bestuurder) of bedrijfsleider van de tweede categorie is.

Inwerkingtreding

Tax shelter voor startende ondernemingen geldt voor investeringen vanaf 01 juli 2015

2. Vrijstelling van roerende voorheffing op intresten van leningen aan start-ups

Worden vrijgesteld van roerende voorheffing, een eerste schijf van 15.000 euro aan intresten per belastbaar tijdperk en per belastingplichtige, op leningen verstrekt door een natuurlijk persoon aan een onderneming met tussenkomst van een erkend crowdfundingplatform.

Aan de volgende voorwaarden moet worden voldaan:

  • de kredietnemer is een KMO;
  • de lening heeft een looptijd van minstens vier jaar en mag niet zijn afgesloten met het oog op de herfinanciering van een andere lening;
  • de intresten op de lening worden jaarlijks uitbetaald;
  • de kredietnemer is sinds ten hoogste 48 maanden ingeschreven in de Kruispuntenbank van Ondernemingen.

De fiscale maatregel is van toepassing op leningen die zijn afgesloten vanaf 01 juli 2015.

3. Gedeeltelijke vrijstelling van de verplichting tot doorstorting van bedrijfsvoorheffing

De loonkost voor startende ondernemingen, die maximaal 48 maanden zijn ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen, wordt verlaagd.

Start-ups zullen tijdens hun eerste jaren een gedeelte van de verschuldigde bedrijfsvoorheffing die ze inhouden op bezoldigingen betaald vanaf 1 juli 2015 niet moeten doorstorten. Vennootschappen in vereffening en vennootschappen die zich bevinden in WCO vallen buiten de scope van deze maatregel. Micro-ondernemingen zullen de eerste vier jaar 20% van de bedrijfsvoorheffing niet moeten doorstorten. Voor KMO’s bedraagt dit percentage 10%.