Publicaties

Een tablet voor uw werknemer? Vergeet de RSZ en de fiscus niet!

Tablets (van het type iPad, Galaxy, enz…) raken steeds meer in de bedrijfswereld ingeburgerd. Een handelsvertegenwoordiger die via een tablet zijn producten voorstelt, een lunchmeeting waarbij de tablet wordt gebruikt, we zien het steeds vaker. De tablet is dan ook veel kleiner in omvang en eenvoudiger boven te halen dan de laptop. Maar als een werknemer deze tablet ook mag gebruiken om privé te surfen, stelt zich de vraag in welk mate dit als een voordeel alle aard beschouwd kan worden, onderworpen aan sociale zekerheidsbijdragen en belastingen.

De tablet volgens de RSZ

De RSZ oordeelt dat het voordeel voortvloeiend uit het privégebruik van een tablet op dezelfde wijze geraamd moet worden als het voordeel dat samenhangt met het privégebruik van een PC. Dit betekent dat het loonvoordeel dat een tablet oplevert forfaitair geraamd wordt op:

  • 180 euro per jaar voor de kosteloze terbeschikkingstelling van een tablet voor privédoeleinden aan de werknemer;
  • 60 euro extra per jaar wanneer het tablet aangesloten is op het internet.

Op dit forfait zal dan ook sociale zekerheidsbijdragen en de patronale bijdragen betaald worden.

Samengevat zullen de sociale zekerheidsbijdragen voor een tablet met internetaansluiting, berekend worden op een bedrag van 240 euro per jaar of 20 euro per maand.

Indien de werknemer over een PC en over een tablet beschikt, moet het voordeel verdubbeld worden.

De tablet volgens de fiscus

De fiscus volgt deze redenering van de RSZ voorlopig nog niet. De tablet is volgens de fiscus eerder randapparatuur van een PC dan een PC op zich.

Voor de berekening van het fiscaal voordeel alle aard, wordt dus niet het forfait voor de PC gehanteerd, maar in afwachting is het de reële waarde van het voordeel (= kleinhandelsprijs en de verhouding tussen privé- en beroepsgebruik) die als basis zal dienen voor de berekening van het belastbaar fiscaal voordeel.

Voorbeeld: De werkgever stelt een tablet ter waarde van 650€ ter beschikking aan zijn werknemer en laat het privégebruik ervan toe. De werkgever onderscheidt het privégebruik van het professioneel gebruik via een percentage systeem: het privégebruik wordt geschat op 30 %. Gezien een tablet een levensduur van 2 tot 3 jaar heeft, zal dit jaarlijks voordeel 97,50 € respectievelijk 65 € bedragen, oftewel 8,13€ respectievelijk 5,42€ per maand.

Praktisch

De RSZ en fiscus zitten dus niet op dezelfde golflengte, wat zorgt voor een verschillende berekeningsbasis van het voordeel. Vanuit praktisch oogpunt zal men vaak de fiscale behandeling toch afstemmen op de RSZ-behandeling, maar doordat de fiscus de notie werkelijke waarde hanteert, is het dus niet zeker of dat een fiscale controle zou overleven.

Onlangs werd een wetsvoorstel ingediend in de Senaat om de NICT (nieuwe informatie- en communicatietechnologieën) pragmatisch te benaderen en om het professionele gebruik van die instrumenten af te bakenen met als doel eventueel misbruik dat hieruit - meer bepaald in het privéleven van de werknemers - kan ontstaan, te beperken. De zogeheten smartphones en tablets vallen onder meer onder dat voorstel.

Het voorstel wil dus sommige bepalingen betreffende een passend gebruik van de NICT in de verplichte bepalingen van het arbeidsreglement opnemen met het oog op de naleving van de arbeidsduur.

Er blijven nog een aantal schaduwzones over in verband met het gebruik van de tablets in een beroepsomgeving. Hierover is het laatste woord dus nog niet gevallen…