Publicaties

Een individuele pensioentoezegging (IPT) voor bedrijfsleiders

Een individuele pensioentoezegging (verder aangeduid als IPT) kan voor een bedrijfsleider een perfecte fiscaalvriendelijke inkomstenstroom op lange termijn betekenen. Op lange termijn omdat de uitkering slechts eerst op de leeftijd van 60 dan wel 65 jaar kan gebeuren, fiscaalvriendelijk omdat dit relatief beperkt belast wordt in verhouding tot andere inkomsten als bedrijfsleider.

Bovendien kan dit aanvullende pensioen aardig oplopen in functie van de jaarlijkse bezoldiging en voordelen van alle aard, en de beroepscarrière van de bedrijfsleider binnen de vennootschap die deze IPT aan hem of haar toekent.

Een optimalisatie met als uitgangspunten een maximalisatie hiervan, vergt een continu cijferwerk, opvolging en bijsturing. In de praktijk is dit cijferwerk een jaarlijks wederkerende oefening op basis van eventueel gewijzigde bezoldigingen. Een IPT stelt immers de uitkering van een bepaald pensioenkapitaal op de leeftijd van 60 of 65 jaar als doel, waarbij het fiscaal maximaal toegelaten pensioenkapitaal in functie staat ten opzichte van de aan de bedrijfsleider toegekende bezoldigingen en voordelen van alle aard. Verhogen deze bezoldigingen, dan stijgt het toegelaten maximum pensioenkapitaal mee volgens een bepaalde formule. Deze formule wordt ook wel eens aangeduid als de "80%-regel": deze bepaalt dat alle extra legale bedrijfspensioenen (dus uitgezonderd het wettelijk pensioen) een maximale pensioenrente mogen opleveren gelijk aan 80% van de laatste normale brutojaarbezoldiging.

Een verhoging van de bezoldiging van de bedrijfsleider heeft niet enkel gevolgen op het nieuw te berekenen maximum pensioenkapitaal (en dus de te betalen jaarpremies bij aanpassing hiervan), maar kan ook aanleiding geven tot een zogenaamde "backservice". Dit betekent dat op basis van de huidige bezoldiging, het verleden bijkomend wordt verzekerd middels een eenmalige inhaalbeweging.

Uiteraard is het van belang om dit maximum pensioenkapitaal niet te overschrijden en dient het pensioenplan (en de premies) ook aangepast te worden bij een vermindering van de toegekende bezoldigingen aan de bedrijfsleider.

Met het oog op het operationeel worden van de databank over de aanvullende pensioenen (SIGeDIS) vanaf 2013 zal de belastingadministratie over een efficiënt instrument beschikken om de naleving van het maximum toegelaten pensioenkapitaal (samengesteld door mogelijks verschillende verzekeringsplannen, zowel onder het statuut van werknemer als onder het statuut van zelfstandig bedrijfsleider) te controleren, en desgevallend gepaste maatregelen (de niet-aftrekbaarheid van een gedeelte van de premie) te nemen.

Wij bevelen daarom aan dit steeds met de nodige zorg te bekijken, niet enkel bij nieuwe contracten, maar ook in het kader van een periodieke analyse. Aandachtspunten hierbij zijn onder meer:

  • naleving 80%-regel
  • optimalisatie van de backservice
  • analyse van de (verdoken) kosten vervat in het contract en beloofde rendementen

Wij kunnen u bij deze analyse bijstaan en u het nodige advies naar optimalisatie verstrekken, desgevallend in overleg met uw verzekeringsmakelaar.