Publicaties

De schenking en de vererving van een familiale onderneming of familiale vennootschap: de Vlaamse Regering verandert van koers.

Vanaf 1 januari 2012 wijzigen de Vlaamse regels in het kader van de schenking en de vererving van een familiale onderneming of een familiale vennootschap.

Tot 1 januari 2012 koos de Vlaamse Regering voor een vererving van een familiale onderneming of een familiale vennootschap aan het nultarief. Uiteraard mits te voldoen aan een aantal voorwaarden. Schenken kon voorwaardelijk aan een verlaagd tarief van 2 procent.

Dat is nu dus anders. Schenken kan aan nul procent en de verering kan aan een tarief van 3 procent (in het geval van vererving in de rechte lijn, tussen echtgenoten en tussen samenwonenden) of aan een tarief van 7 procent (in de andere gevallen).

De wetgeving wordt beheerst door de artikelen 140bis tot en met 140octies W.Reg. (wat schenkingsrechten betreft) en artikel 60/1 tot en met 60/7 W.Succ. (wat successierechten betreft).

Gelukkig heeft de wetgever er deze keer voor gekozen om de voorwaarden van de vrijstelling van schenkingsrechten en de voorwaarden van verkrijging van de verminderde tarieven in de successierechten, op elkaar af te stemmen.

Familiale onderneming

De vrijstelling van schenkingsrechten en vermindering van successierechten is van toepassing op de volle eigendom, de naakte eigendom of het vruchtgebruik van de activa die door de schenker of de erflater, zijn echtgenoot of de met hem samenwonende partner zijn geïnvesteerd in een familiale onderneming. Onroerende goederen die hoofdzakelijk tot bewoning worden aangewend of zijn bestemd, kunnen niet genieten van de vrijstelling van schenkingsrechten of de verminderde tarieven in de successie.

Met samenwonenden worden bedoeld:

  • wettelijk samenwonenden vanaf dag één van hun wettelijke samenwoning;
  • feitelijk samenwonenden in het geval zij op de datum van de schenking of het overlijden van de erflater minstens drie jaar samenwonen en een gemeenschappelijke huishouding voeren.

Familiale vennootschap

Een familiale vennootschap is een vennootschap met als doel de uitoefening van een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwactiviteit, of een vrij beroep.

De zetel van de werkelijke leiding van de vennootschap dient te zijn gevestigd in één van de lidstaten van de Europese Economische Ruimte (dit is de Europese Unie uitgebreid met IJsland, Noorwegen en Liechtenstein).

De nieuwe regels zijn van toepassing voor de schenking en vererving van aandelen van een familiale vennootschap, in volle eigendom, in blote eigendom of in vruchtgebruik. Vorderingen op een familiale vennootschap komen niet meer voor in de vernieuwde wetgeving.

Onder aandelen worden niet alleen de deelbewijzen met stemrecht bedoeld die een deel van het maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigen, maar ook certificaten van aandelen. Het gaat dan om certificaten die zijn uitgereikt door een rechtspersoon met een zetel in één van de lidstaten van de Europese Economische Ruimte die aandelen van een familiale vennootschap vertegenwoordigen die aan de gestelde voorwaarden voldoet en waarbij de rechtspersoon de verplichting heeft om de dividenden en andere vermogensvoordelen onmiddellijk en ten laatste binnen de maand door te storten aan de certificaathouder.

Participatievoorwaarde

Voor familiale vennootschappen geldt er een participatievoorwaarde.

De aandelen moeten op het ogenblik van de schenking of het overlijden voor ten minste 50 procent in volle eigendom toebehoren aan de schenker respectievelijk erflater, of zijn familie. Deze grens van 50 procent wordt verlaagd tot 30 procent wanneer de schenker of de erflater samen met één andere familie minstens 70 procent van de aandelen van de vennootschap bezit, of samen met twee andere familietakken minstens 90 procent van de aandelen van de vennootschap bezit.

De wetgever verstaat onder een familie:

  • de echtgenoot of de samenwonende partner;
  • verwanten in de rechte lijn, inclusief hun echtgenoten of samenwonenden;
  • verwanten in de zijlijn tot en met de tweede graad, inclusief hun echtgenoten en samenwonenden;
  • de kinderen van voor overleden broers of zusters.

Samenwonenden worden op dezelfde manier gedefinieerd als bij de familiale onderneming, zodus:

  • wettelijk samenwonenden vanaf de eerste dag van hun wettelijke samenwoning;
  • feitelijk samenwonenden vanaf een samenwoning van minstens drie jaren en het voeren van een gemeenschappelijke huishouding.

Holdingvennootschappen

Een holding geniet enkel van de vrijstelling van schenkingsrechten of de vermindering van successierechten voor het aandeel van haar participatie van minstens 30 procent in een directe dochteronderneming. Dit enkel in de veronderstelling dat die dochteronderneming voldoet aan de voorwaarden om te worden gekwalificeerd als familiale vennootschap en haar zetel van werkelijke leiding heeft in één van de lidstaten van de Europese Economische Ruimte.

Patrimoniumvennootschappen

Volgens de Vlaamse Wetgeving komen ook enkel die vennootschappen in aanmerking die een werkelijke economische activiteit uitoefenen. In de wettekst werd ingeschreven dat dit niet het geval is wanneer uit één van de drie laatste neergelegde (geconsolideerde) jaarrekeningen cumulatief blijkt dat:

  • de bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen een percentage gelijk aan of lager dan 1,50% uitmaken van de totale activa;
  • en de terreinen en gebouwen meer dan 50% uitmaken van het totaal actief.

Het gaat om een weerlegbaar vermoeden. De belastingplichtige behoudt de mogelijkheid om het tegenbewijs van een reële economische activiteit te leveren.

Managementvennootschappen

Uit de memorie van toelichting blijkt dat ‘zuivere’ managementvennootschappen niet in aanmerking komen voor de vrijstelling van schenkingsrechten of verminderde successierechten. Dit blijkt nochtans niet uit het decreet zelf. Het is wat dat betreft wachten op meer duidelijkheid van de Vlaamse Administratie. Een omzendbrief wordt verwacht in de loop van de maand maart.

Opgelegde voorwaarden na datum van schenking of overlijden

Opdat blijvend kan worden genoten van de vrijstelling van schenkingsrechten of van de verminderde tarieven in de successierechten dienen de activiteiten van de familiale onderneming gedurende drie jaren te worden verdergezet.

Een soortgelijke voorwaarde bestaat ook voor de familiale vennootschappen aangevuld met de volgende elementen gedurende drie jaren te tellen vanaf de dag van de schenking of te tellen vanaf de dag van het overlijden van de erflater:

  • het neerleggen van de jaarrekening;
  • niet overgaan tot een kapitaalvermindering (of straffe van een evenredige onderwerping aan de progressieve tarieven);
  • de zetel van de werkelijke leiding van de vennootschap mag niet worden verplaatst naar een staat buiten de Europese Economische Ruimte.

Voorvereisten

In het geval van een schenking met vrijstelling van schenkingsrechten:

  • de akte van schenking dient te worden verleden voor een Belgische notaris;
  • in de schenkingsakte verklaren de begiftigden dat ze aanspraak wensen te maken op de vrijstelling en dat hiertoe de nodige voorwaarden zijn vervuld;
  • bij de akte wordt een origineel attest gevoegd dat is uitgereikt door de ambtenaren van de Vlaamse Administratie, waaruit blijkt dat de voorwaarden voor vrijstelling zijn vervuld.

In het geval van een vererving:

  • in de aangifte in de successie wordt verklaard dat er gebruik wordt gemaakt van het stelsel van de verminderde tarieven en wordt aangegeven dat de voorwaarden hiervoor zijn voldaan;
  • in de aangifte in de successie wordt een attest gevoegd afgeleverd door de Vlaamse Belastingdienst waaruit blijkt dat aan de voorwaarden is voldaan.

Nederlandse route

Uiteraard kan u blijvend opteren voor de Nederlandse route.

T.t.z. in het geval niet is voldaan aan de gestelde voorwaarden, kan er voor worden gekozen aandelen van een familiale vennootschap te schenken voor een Nederlandse notaris (zonder dat er schenkingsrechten zijn verschuldigd).

Tot 1 januari 2012 gold bij een overlijden van de schenker binnen de drie jaar na datum van de schenking de regel dat de schenking toch bij fictie deel uitmaakt van de nalatenschap van de schenker. Vanaf 1 januari 2012 wordt deze fictieperiode verlengd tot zeven jaar.

Schenkingen die gebeurden vóór datum van 1 januari 2012 blijven evenwel genieten van de driejarige fictietermijn.

Uit de voorbereidende teksten blijkt dat de zevenjarige fictietermijn ook van toepassing zou zijn bij een schenking van vennootschappen die zijn uitgesloten van de vrijstelling (bijvoorbeeld patrimoniumvennootschappen). De verwachte omzendbrief moet ook hier duidelijkheid brengen.