Publicaties

De fiscale begrotingsmaatregelen voor 2012

 

Een ingediend wetsontwep geeft meer verduidelijking betreffende het effect van een aantal  begrotingsmaatregelen. Een eerste overzicht van gekende wijzigingen op fiscaal gebied (stand 23 december 2011):

 

Maatregelen inzake roerende inkomsten (personenbelasting):

  • De principiële algemene vrijstelling van roerende inkomsten (bevrijdende heffing en niet-aangifteplicht in vele gevallen) wordt vervangen door een algemene verplichting tot het in principe aangeven van alle roerende inkomsten (intresten, dividenden, auteursrechten, ...).
  • Banken en andere financiële instellingen zullen verplicht zijn de 'identiteit' van hun cliënten en de 'nummers van hun rekeningen' aan een centraal aanspreekpunt bij de Nationale Bank te melden. De fiscus kan dan bij dit aanspreekpunt terecht om na te gaan over welke bankrekeningen een belastingplichtige beschikt, uiteraard onder welbepaalde (onderzoeks)voorwaarden.
  • De tarievenstructuur van toepassing op de roerende inkomsten zie er in de toekomst als volgt uit:
  • een algemeen tarief van 15% voor roerende inkomsten die geen intresten of dividenden zijn, evenals voor diverse inkomsten van roerende aard (niet-beroepsmatige onderverhuur van onroerend goederen, verhuring van jachtrechten, maar ook auteursrechten);
  • op intresten wordt het tarief van de R.V. verhoogd tot 21%, met uitzondering van inkomsten uit gemeenschappelijke beleggingsfondsen (25%) en intresten uit spaardepositi's (15% waarvan eerste schijf van 1.250 EUR te indexeren, vrijgesteld zal zijn);
  • op liquidatieboni naar aanleiding van de vereffening van een vennootschap blijft het tarief op 10% behouden;
  • op inkoopboni naar aanleiding van een inkoop van eigen aandelen wordt voortaan een R.V. van 21% toepegast (i.p.v. voorheen 10%);
  • op dividenden bedraagt het standaardtarief nog steeds 25%. Waar voorheen een verlaagd tarief van 15% toepasbaar was, zal dit nu 21% worden;
  • de inkomsten uit staatsbons genieten van een uitzonderingstarief, zijnde 15%. Dit ligt echter onder kritiek van Europa.
  • deze maatregel vindt toepassing op alle inkomsten toegekend of betaaldbaar gesteld vanaf 1 januari 2012.

 

  • Natuurlijke personen die meer dan (geïndexeerd voor het jaar 2012) 20.000 EUR (basisbedrag van 13.475 EUR) aan roerende inkomsten per jaar genieten, zullen onderworpen zijn aan een bijkomende heffing van 4% op het hogere gedeelte, dit wil zeggen op de inkomsten boven deze eerste schijf van 20.000 EUR.
  • Enkele verfijningen van deze extra belastingheffing:
  • Voor de bepaling van deze grens worden enkel intresten en dividenden weerhouden, dus zonder rekening te houden met bijvoorbeeld inkomsten uit auteursrechten;
  • de intresten van spaardeposito's die vrijgesteld zijn (eerste schijf van - te indexeren - 1.250 EUR) tellen eveneens niet mee;
  •  de liquidatieboni naar aanleiding van gehelen of gedeeltelijke verdeling van vennootschappen, worden eveneens hierbuiten gelaten;
  •  de inkomsten uit de bewuste staatsbons worden ook niet meegeteld; 
  •  anderzijds worden de volgende inkomsten wel meegeteld (inkomsten uit spaardeposito's boven de vrijgestelde schijf, dividenden onderworpen aan R.V. van 25%), maar dienen zij niet te worden belast met de extra 4% R.V.;
  • deze maatregel gaat eveneens in vanaf 1 januari 2012.

 

De organisatie van deze maatregel ziet er in de praktijk als volgt uit:

  • of de belastingplichtige betaalt vrijwillig de extra 4% op alle inkomsten die hiervoor in aanmerking komen, ongeacht of de grens al dan niet overschreden wordt;
  • of de belastingplichtige kiest ervoor dat de schuldenaars van de R.V. (uitbetalers van de inkomsten) een meldingsplicht op zich nemen aan een centraal aanspreekpunt, én in een algemene aangifteplicht van deze inkomsten in de aangifte in de personenbelasting.

Dit laatste, de algemene aangifteplicht wanneer de belastingplichtige niet vrijwillig afstand doet van het verlaagd tarief van 21%, zal inhouden dat op de aangifte in de personenbelasting alle inkomsten van roerende aard zullen vermeld moeten worden.

 

Maatregelen in de vennootschapsbelasting:

  • Het tarief van de notionele intrestaftrek wordt voortaan beperkt tot 3% (en 3,5% voor de KMO's). Over de aangekondigde beperkingen inzake overdraagbaarheid van niet-gebruikte aftrekken wordt (voorlopig) niet meer gesproken.
  • Meerwaarden op aandelen in de vennootschapsbelasting worden belastbaar, zij het enkel bij een wederverkoop binnen het jaar na de verkrijging ervan. Het tarief zou afwijken van het normale tarief in de vennootschapsbelasting en 25% gaan bedragen. Andere meerwaarden op aandelen blijven dus onbelast.
  • Invoering van een zogenaamde "thin capitalistion" regel: intresten op schulden aan gelieerde vennootschappen zullen enkel aftrekbaar zijn als beroepskost in de mate dat de verhouding tussen het eigen vermogen en het vreemd vermogen de factor 1 op 5 niet overschrijdt.
  • Het voordeel van alle aard bestaande uit de gratis terbeschikkingstelling van een woning, inclusief electriciteit, gas en andere nutsvoorzieningen, door een vennootschap aan haar zaakvoerder en dat thans volgens een aantrekkelijk forfait wordt berekend, zal in de toekomst volgens een hoger forfait worden berekend.
  • Er staat een wijziging op til met betrekking tot de onbeperkte overdracht van geleden fiscale verliezen. De resterende fiscale verliezen (uit het verleden) zouden nog wel onbeperkt overdraagbaar blijven.
  • Betreffende de extra legale pensioenen vallen twee maatregelen op: enerzijds zou voor de aftrek van pensioenbijdragen voor groepsverzekeringen (de zogenaamde 80%-regel) een loonplafond worden ingevoerd, anderzijds zouden intern aangelegde pensioenbeloften verplicht dienen te worden “geëxternaliseerd” binnen een periode van 3 jaar (in concreto terugname van de aangelegde provisies en betaling van de bijhorende "inhaalbeweging" middels een premie aan een verzekeringsmaatschappij, die slechts aan een taks van 1,75% in plaats van normaal 4,4% onderworpen zullen worden).
  • Het voordeel van alle aard ingevolge privé gebruik van een bedrijfswagen zal voortaan worden berekend in functie van de CO2-uitstoot (zoals nu al het geval is) én de cataloguswaarde (zonder aftrek van korting) van het betrokken voertuig. Bovendien zou niet langer rekening gehouden worden met de afstand van de woonplaats tot aan het werk. Enkele aandachtspunten:
  • bedoelde wagens: personenwagens, wagens voor dubbele gebruik, minibussen en de zogenaamde valse lichte vrachtwagens (met dubbelde cabine);
  • het VAA zal voortaan berekend worden voor dieselwagens: cataloguswaarde x (5,5% + (0,1% x ( CO2-uitstoot - 95)), beperkt tot 6/7;
  • het VAA zal voortaan berekend worden voor benzinewagens (inclusief wagens met LPG- of aardgasmotor): cataloguswaarde x (5,5% + (0,1% x ( CO2-uitstoot - 115)), beperkt tot 6/7;
  • onder cataloguswaarde dient et worden verstaan, de gefactureerde waarde inclusief opties en BTW, zonder rekening te houden met enige korting, vermindering, rabat of restorno. Deze definitie geldt zowel voor nieuwe wagens, als voor tweedehands wagens of leasingwagens;
  • het basispercentage kan door de Koning aangepast worden in functie van de gemiddelde CO2-uitstoot van de nieuwe wagens die op de markt ingeschreven worden (om rekening te houden met toekomstige dalingen van de CO2-uitstoot);
  • miminum percentage dat op de cataloguswaarde dient toegepast te worden is 4% (dus ook op de electrisch aangedreven wagens), maximaal is dit 18%;
  • indien er bij de D.I.V. geen gegevens bekend zijn omtrent de CO2-uitstoot van een bepaalde wagen, dan wordt de CO2-uitstoot op 205 g/km voor benzinewagens vastgesteld, en op 195 gr/km voor dieselwagen;
  • het effectieve voordeel mag nooit lager zijn dan (nog te indexeren) 820 EUR per jaar. Na indexatie zal dit voor 2012 wellicht om een minimum voordeel van 1.200 EUR zijn;
  • 1/7-de van het berekende voordeel (volgens de regels hierboven) zal belast worden in de vennootschap, en meer bepaald door toevoeging aan de belastbare basis zonder dat er een vermindering mogelijk is met aftrek voor risicokapitaal, DBI-aftrek, aftrek overgedragen verliezen, investeringsaftrek, ..., of zelfs een compensatie met geleden verliezen van het boekjaar! Met andere woorden wordt hier een mimimum belastbare basis ingevoerd...
  • indien de genieter van het voordeel een eigen betaling doet, mag deze eigen betaling in mindering gebracht worden van het voordeel, en slechts het eventuele saldo zal belast worden in de personen- en vennootschapsbelasting.
  • inwerkingtreding vanaf 1 januari 2012.

 

Andere maatregelen in de personenbelasting:

  • Het basispercentage gebruikt voor de forfaitaire waardering van aandelenopties wordt verhoogd van 7,5% respectievelijk 15% naar 9% respectievelijk 18%.
  • De belasting op pensioenkapitalen opgebouwd door werkgeversbijdragen wordt verhoogd van 16,5% naar 20% (in geval van pensioen op 60 jaar) en 18% (in geval van pensioen op 61 jaar). Uitkeringen vanaf de leeftijd van 62 jaar blijven onderworpen aan 16,5%.
  • Minder fiscaal voordeel halen uit giften, betaalde kinderopvang en de woonbonus (fiscaal voordeel voor hypothecaire leningen vanaf 1 januari 2005): aftrek aan maximaal 45%. De andere belastingverminderingen (uitgezonderd onderhoudsuitkeringen) geven een vermindering van 30%.
    De federale belastingvermindering voor zonnepanelen, superisolerende beglazing, warmtepompen en andere energiebesparende maatregelen wordt vanaf 1 januari 2012 afgeschaft. Er zal enkel nog een fiscaal voordeel zijn voor dakisolatie, maar ook dat wordt teruggeschroefd.

 

De bedrijfswagen in de rechtspersonenbelasting:

  • entiteiten die aan de rechtspersonenbelasting onderworpen zijn (bijvoorbeeld VZW's) en die een wagen aan personeelsleden of bestuurders ter beshikking stellen voor (eveneens) privé gebruik, worden getroffen door een fiscale maatregel.
  • voortaan zullen zij belast worden op 17% (ofte 1/7) van het belastbare voordeel van alle aard, en dit aan hetzelfde atrief als geldend in de vennootschapsbelasting (dus 34%) !

 

Divere fiscale maatregelen:

  • De btw op betaaltelevisie wordt verhoogd van 12% naar 21%.
  • Op erelonen van deurwaarders en notarissen zal voortaan 21% btw aangerekend dienen te worden.

 

Deze maatregelen zijn wellicht slechts een deel van de geplande maatregelen, en nog te onwerpen aan een finale uitwerking tijdens de besprekingen in Kamer en Senaat. Wij houden u verder op de hoogte!

Bovenstaande maatregelen zijn richtinggevend en nog niet in een finale wettekst gegoten. Voorzichtigheid is dus geboden bij de interpretatie en gebruik ervan, waarvoor op heden geen verantwoordelijkheid kan opgenomen worden.