Publicaties

De beperking van de contante betaling bij verrichtingen - regeling vanaf 16 april 2012

Er gold al langer een beperking op betaling in contanten, in die zin dat dit beperkt was tot een bedrag van 15.000 EUR. Deze beperking is nu verder verstrengd tot 5.000 EUR en tegelijk uitgebreid qua transacties, en wordt in 2014 verder verstrengd tot een maximum van 3.000 EUR.

Voor de transacties inzake onroerend goed wordt dit nu beperkt tot 10 procent van het verkoopsbedrag met een maximum vna 5.000 EUR per transactie. Vanaf 2014 zal elke contante betaling verboden zijn, voor zover het niet meer bedraagt dan 10 % van de verkoopprijs en niet hoger is dan 5 000 EUR.

Ook andere transacties (o.m. verkoop van roerende goederen zoals dit vroeger ook reeds bestond) worden nu onderworpen aan diezelfde drempel van 5.000 EUR. Wel is het zo dat meerdere transacties die ogenschijnlijk eengeheel uitmaken, ook als één transactie beschouwd dienen te worden. En vanaf 2014 wordt ook deze drempel verder verlaagd naar 3.000 EUR.

Daarenboven wordt het toepassingsgebied nu ook verruimd naar de diensten. In het algemeen worden dus de handelaars (onderworpen aan Wetboek vna Koophandel) en de dienstverrichters bedoeld. Particulieren ontsnappen dus hieraan.

Belangrijke nieuwigheid: wanneer de betrokken handelaar of dienstverstrekker toch hogere contante betalingen dan de toegelaten bedragen (5.000 EUR en uiterlijk vanaf 1 januari 2014 3.000 EUR) in ontvangst zou nemen, moet hij dit onmiddellijk schriftelijk of elektronisch ter kennis van de Cel voor financiële informatieverwerking brengen. Deze verplichting tot zelfbeschuldiging volgt uit volgende bewoordingen van artikel 21 AWW: “Wanneer de voornoemde bepaling niet werd nageleefd, brengt de betrokken handelaar of dienstverstrekker dit onmiddellijk schriftelijk of elektronisch ter kennis van de Cel voor financiële informatieverwerking. Na advies van de Cel voor financiële informatieverwerking en na overleg met de vertegenwoordigers van de betrokken sectoren, legt de Koning bij besluit vast welke handelaren en dienstverstrekkers verplicht zijn de niet-naleving van het eerste lid ter kennis te brengen van de Cel voor financiële informatieverwerking.”

Geldboeten bij niet-naleving van deze beperkingen (nieuw artikel 41 AWW): “De overtredingen van artikel 21, eerste lid, worden gestraft met een geldboete van 250 tot 225.000 EUR.Evenwel mag deze geldboete niet meer bedragen dan 10 % van de ten onrechte in contanten betaalde sommen. De schuldenaar en de schuldeiser zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de geldboete.”