Publicaties

BTW-vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen - aanpassingen vanaf 1 april 2014

De btw-vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen zal belangrijke wijzigingen ondergaan met ingang van 1 april 2014. De belangrijkste voorwaarden voor de toepassing van deze nieuwe regeling worden hierna uiteengezet; tezamen met een overzicht van de belangrijkste elementen van het vrijstellingssysteem zelf.

Wat zijn de voordelen van de btw-vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen?

De btw-vrijstellingsregeling ontheft de onderneming voor een groot gedeelte van de fiscale en administratieve verplichtingen die normaal gezien aan btw-plichtigen worden opgelegd.

Zo zal de onderneming:

  • geen btw moeten aanrekenen aan haar klanten
  • geen btw moeten doorstorten aan de Schatkist
  • geen periodieke btw-aangiften moeten indienen

Daartegenover kan de belastingplichtige in geen enkel geval de btw die hij aan zijn leveranciers heeft betaald, in aftrek brengen.

Welke ondernemingen komen in aanmerking voor de vrijstellingsregeling?

De btw-vrijstellingsregeling is van toepassing op kleine ondernemingen die leveringen van goederen of diensten verrichten (zoals bepaald in het Btw-Wetboek) en waarvan het jaarlijks omzetcijfer niet meer dan 15.000 euro bedraagt.

De kleine onderneming kan om het even welke juridische vorm hebben:

  • natuurlijk persoon
  • personenvennootschap
  • kapitaalvennootschap
  • vereniging
  • openbare instelling

Kunnen geen gebruik maken van de vrijstellingsregeling voor het geheel van hun activiteit de btw-eenheden (in de zin van artikel 4, § 2, van het Btw-Wetboek) en de ondernemingen die, op niet-incidentele wijze:

  • handelingen verrichten bestaande uit werk in onroerende staat (in de zin van artikel 19, § 2, tweede lid, van het Btw-Wetboek) en ermee gelijkgestelde handelingen (zoals beschreven in artikel 20, § 2, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992)
  • leveringen van goederen en diensten in de horecasector verrichten waarvoor zij gehouden zijn aan de klant een kasticket uit te reiken dat afkomstig is van een geregistreerd kassasysteem (zie artikel 21bis van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992)
  • leveringen verrichten van oude materialen, van oude materialen ongeschikt voor hergebruik in dezelfde staat, van industrieel en niet-industrieel afval, van afval voor hergebruik, van gedeeltelijk verwerkt afval en van schroot (goederen beoogd in artikel 199, lid 1, punt d) van de Richtlijn 2006/112/EG)

Welke handelingen zijn uitgesloten van de vrijstellingsregeling?

De volgende handelingen zijn uitgesloten van de vrijstellingsregeling:

  • overdrachten onder bezwarende titel door toevallige belastingplichtigen van nieuwe gebouwen opgericht of verkregen met toepassing van de btw (Art. 8, § 1)
  • vestigingen, overdrachten of wederoverdrachten door toevallige belastingplichtigen van zakelijke rechten, andere dan het eigendomsrecht, op onroerende goederen in de zin van artikel 9, tweede lid, 2°, van het Btw-Wetboek (Art. 8, § 2 en § 3)
  • toevallig verrichte leveringen onder bezwarende titel van nieuwe vervoermiddelen naar een andere EU-lidstaat (Art. 8bis)
  • leveringen van tabaksfabrikanten (sigaretten, roltabak, …) (Art. 58, § 1)
  • leveringen door een visser van zijn vangst in de gemeentelijke vismijnen van de aanvoerhavens (Art. 58, § 2)
  • handelingen verricht door een belastingplichtige die niet in België is gevestigd
  • handelingen verricht op verborgen wijze (vb. onwettige handelingen)

Hoe wordt het jaarlijks omzetcijfer bepaald?

Het omzetcijfer is beperkt tot 15.000 euro per kalenderjaar.

Het wordt gevormd door het bedrag, exclusief btw, van:

  • volgende door het Btw-Wetboek vrijgestelde handelingen:
  • de handelingen die plaatsvinden in België en die aan de belasting zouden zijn onderworpen indien ze zouden zijn verricht door een belastingplichtige onder toepassing van de normale of forfaitaire btw-regeling;
  • uitvoer, intracommunautaire leveringen, … (art. 39 tot 42)
  • de handelingen met betrekking tot onroerende goederen (art. 44, § 3, 1° en 2°), tenzij deze handelingen het karakter van bijkomstige handelingen bezitten
  • de financiële handelingen (art. 44, § 3, 5° tot 11°), tenzij deze handelingen het karakter van bijkomstige handelingen bezitten
  • de handelingen van verzekering en herverzekering (art. 44, § 3, 4°) tenzij deze handelingen het karakter van bijkomstige handelingen bezitten

Het omvat niet:

  • de overdracht van lichamelijke of onlichamelijke bedrijfsmiddelen
  • de van de vrijstellingsregeling uitgesloten handelingen (zie vraag 3)
  • de handelingen verricht door landbouwondernemers onderworpen aan de bijzondere regeling bedoeld in artikel 57
  • de door het Btw-Wetboek vrijgestelde handelingen, andere dan hierboven vermeld
  • de handelingen die plaatsvinden in het buitenland

Wanneer de activiteit in gemeenschap wordt uitgeoefend:

  • wanneer verscheidene personen in onverdeeldheid of in vereniging een economische activiteit uitoefenen: Er moet rekening worden gehouden met het jaarlijks totaalbedrag van de omzetcijfers die ze realiseren
  • wanneer echtgenoten een onderscheiden economische activiteit uitoefenen: Er wordt afzonderlijk rekening gehouden met de activiteit van ieder van de echtgenoten, ongeacht hun huwelijksvoorwaarden

Wanneer het een nieuwe onderneming betreft:

  • Het omzetcijfer dat de kleine onderneming in het jaar van aanvang verwacht te realiseren, moet worden geraamd. Dit bedrag wordt vergeleken met 15.000 euro.
  • in het geval de economische activiteit aanvangt in de loop van een jaar moet de vrijstellingsdrempel overeenkomstig worden beperkt.

Vanaf welk ogenblik kunnen ondernemingen de nieuwe vrijstellingsregeling genieten?

Vanaf 1 april 2014

Een onderneming die in de loop van 2013 een omzet heeft gerealiseerd van maximaal 15.000 euro, exclusief btw, en die voldoet aan alle besproken voorwaarden, kan de toepassing van de vrijstellingsregeling genieten met ingang van 1 april 2014 (administratieve toegeving).

Opgelet! De onderneming moet haar keuze voor de toepassing van de nieuwe vrijstellingsregeling meedelen aan het voor haar bevoegde btw-controlekantoor tegen uiterlijk 21 maart 2014.

Vanaf 1 juli 2014

Een onderneming die in de loop van 2013 een omzet heeft gerealiseerd van maximaal 15.000 euro, exclusief btw, en die voldoet aan alle besproken voorwaarden, zal automatisch onderworpen worden aan de vrijstellingsregeling met ingang van 1 juli 2014.

Niettemin kan de onderneming in dit geval opteren voor het behoud van haar belastingregeling (normale of forfaitaire regeling). Zij moet dit meedelen aan het voor haar bevoegde btw-controlekantoor vóór 1 juni 2014.

Vanaf 1 januari 2015

Een onderneming mag in de loop van het laatste kwartaal 2014, maar vóór 15 december 2014, de overgang vragen naar de vrijstellingsregeling met ingang van 1 januari 2015.

Wat zijn de gevolgen van de overgang van de normale of forfaitaire belastingregeling naar de vrijstellingsregeling?

Een kleine onderneming die is onderworpen aan de normale of forfaitaire belastingregeling en die overgaat naar de vrijstellingsregeling, verliest haar recht op aftrek van voorbelasting.

Zij moet tevens overgaan tot een herziening van de aftrek van de belasting geheven:

  • van de andere goederen dan bedrijfsmiddelen, die nog niet werden vervreemd en van de diensten die nog niet werden gebruikt op het tijdstip van de wijziging van belastingregeling
  • van de voor herziening vatbare en nog bruikbare bedrijfsmiddelen die op dat tijdstip bestaan (voor deze bedrijfsmiddelen gebeurt de herziening naar verhouding van het aantal resterende jaren van de herzieningsperiode: 5 jaar voor roerende goederen of 15 jaar voor onroerende goederen)

Het bedrag van de terug te storten belasting wordt bepaald op basis van een inventaris van de voorraad op het tijdstip van de wijziging van belastingregeling en van een staat van de op dat tijdstip nog bruikbare bedrijfsmiddelen.

De kleine onderneming moet binnen de maand vanaf de wijziging van belastingregeling twee exemplaren van deze documenten aan het bevoegde controlekantoor overhandigen waarop volgende vermeldingen voorkomen:

  • de goederen en diensten die voor herziening vatbaar zijn
  • de datum waarop die goederen werden geleverd en die diensten werden verstrekt aan de belastingplichtige, evenals het nummer van de aankoopfactuur of van het invoerdocument
  • de maatstaf van heffing
  • het bedrag van de terug te storten belasting

Welke verplichtingen moet een onderneming die de vrijstellingsregeling geniet, naleven?

Een onderneming die de vrijstellingsregeling geniet, moet de volgende verplichtingen naleven:

  • het totaalbedrag van de omzet gerealiseerd in de loop van het voorgaande jaar
  • het tijdvak waarin de activiteit werd uitgeoefend als die werd aangevangen in de loop van dat jaar
  • een aangifte indienen bij aanvang, wijziging of stopzetting van de werkzaamheid
  • facturen (of als zodanig geldende stukken) opmaken volgens dezelfde regels die gelden voor andere btw-plichtigen, weliswaar zonder btw in rekening te brengen maar met de volgende vermelding: "Bijzondere vrijstellingsregeling kleine ondernemingen"
  • vóór 31 maart van ieder jaar een klantenlisting indienen met de afnemers-belastingplichtigen aan wie in de loop van het voorgaande kalenderjaar goederen werden geleverd of diensten werden verstrekt. Deze opgave moet aangevuld worden met:
    • de uitgereikte facturen bewaren en nummeren. De onderneming moet geen uitgaand factuurboek houden;
    • de ontvangen facturen bewaren en nummeren. De onderneming moet geen inkomend factuurboek houden;
  • een dagboek van ontvangsten bijhouden; een tabel van bedrijfsmiddelen bijhouden als de kleine onderneming zich dat soort van goederen heeft aangeschaft;
  • haar BE-identificatienummer meedelen aan haar klanten en leveranciers (vermelden op de contracten, facturen, bestelbons, …). Voor de intracommunautaire verwervingen van goederen (aankopen van goederen in andere lidstaten van de Europese Unie), mag de kleine onderneming haar BE-identificatienummer aan haar leveranciers maar meedelen als ze vooraf aangifte heeft gedaan van het overschrijden van de drempel of als ze de optie heeft uitgeoefend om haar intracommunautaire verwervingen aan de belasting te onderwerpen (zodra ze haar BE-identificatienummer aan de leverancier meedeelt, wordt ze geacht deze optie te hebben uitgeoefend). In alle andere gevallen (dan intracommunautaire verwervingen van goederen) is ze verplicht het BE-identificatienummer mee te delen. Zo moet, in geval van intracommunautaire diensten die aan haar worden verstrekt door een niet in België gevestigde belastingplichtige, de kleine onderneming haar BE-identificatienummer meedelen aan die dienstverrichter;
  • eventueel een opgave van haar intracommunautaire handelingen indienen;
  • een bijzondere btw-aangifte indienen uiterlijk de 20ste dag van de maand volgend op het kalenderkwartaal waarin zij een goed of een dienst heeft ontvangen en waarvoor zij als medecontractant de btw verschuldigd is.