Publicaties

BTW-aftrek op publicitaire cateringkosten: fiscus nogmaals teruggefloten door Cassatie

Het Hof van Cassatie mocht zich nogmaals buigen over een dossier waarin de Administratie de aftrek van de BTW op publicitaire cateringkosten betwistte. In haar arrest van 15 juni 2012 heeft zij de fiscus nogmaals teruggefloten, en wordt dit stilaan vaste rechtspraak. De fiscus lijkt echter niet geneigd zich hierbij zomaar neer te leggen.

Principe - Kwestie

Het principe in het BTW-wetboek is dat de BTW op kosten van onthaal niet aftrekbaar zijn. In 2005 aanvaardde Cassatie voor de eerste keer dat de BTW op deze kosten toch aftrekbaar is indien zij gemaakt zijn in het kader van een verkoopbevorderend event. Met andere woorden worden deze kosten beschouwd als reclamekosten (en niet als kosten van onthaal) wanneer het event "in hoofdzaak en rechtstreeks" bedoeld is om kopers in te lichten over en de verkoop te bevorderen van producten of diensten geleverd door de onderneming.

De fiscus aanvaarrdde deze beslissing in die zin dat zij deze kosten als reclamekosten aanvaardde evenwel met uitzondering van kosten van spijzen en dranken, waarvoor zij stelde dat er een ander aftrekverbodsartikel in het wetboek bestaat dat de aftrek ervan verbiedt.

In 2010 oordeelde Cassatie echter dat de uitsluiting van de BTW-aftrek op kosten voor spijzen en dranken niet gold wanneer deze kosten inbegrepen zijn in een reclamebevorderend event. Bovendien verfijnde het Hof dat onder kopers niet enkel daadwerkelijke kopers diende verstaan te worden, maar ook potentiële kopers en tussenverkopers of franchisenemers.

Reactie fiscus

De administratie ging hiermee niet akkoord en stelde dat het Hof enkel gekeken heeft naar het doel van het event, en niet naar de ard van de verschafte dienst (met name de catering). En dat dit wel degelijk onder het aftrekverbod blijft ressorteren.

Recentste arrest Cassatie

Het arrest van 15 juni 2012 handelt rond een concessiehouder van een automerk die naar aanleiding van de voorstelling van een nieuw model en promotionele acties uitgaven had gemaakt om hierrond een event aan te bieden aan zijn klanten, waaronder kosten van spijzen en dranken.

De Administratie weigerde in eerste instantie de aftrek van deze BTW. Het Hof van Beroep te Luik oordeelde dat dit onterecht was, door vast te stellen dat de kosten niet tot doel het vermaak van de klanten hadden, maar hoofdzakelijk een inlichtend en verkoopsbevorderend karakter hadden. En in die zin dus beschouwd konden worden als publiciteitskosten en dus aftrekbaar qua BTW.

Cassatie treedt deze stelling dus volmondig bij, en herhaalt ook zeer duidelijk dat "de uitgaven voor spijzen en dranken die worden gemaakt in het kader van een dergelijke publicitaire activiteit, aftrekbaar zijn".

Conclusie

Nadat eerder in 2010 de Nederlandstalige kamer van het Hof van Cassatie tot de conclusie kwam dat dergelijke kosten onder de egstelde voorwaarden als publiciteitskosten te beschouwen zijn, komt nu ook de Franstige kamer tot dezelfde conclusie.

De fiscale administratie komt dus hoe langer hoe geïsoleerder te staan met haar standpunt. Elke belastingplichtige die met deze kwestie geconfronteerd wordt, heeft nu een stevige stok achter de deur om zijn standpunt te verantwoorden naar recht in discussies met de fiscus.