Publicaties

Bestuurders-rechtspersonen en BTW

Eerder dit jaar heeft de BTW-administratie haar standpunt omtrent de keuze naar btw-plicht van rechtspersonen die mandaten vervullen als bestuurder, zaakvoerder of vereffenaar in andere vennootschappen verscherpt.

Voortaan is de gedane keuze onherroepelijk.

Natuurlijke personen die een mandaat als zaakvoerder, bestuurder of vereffenaar opnemen, zijn in beginsel niet onderworpen aan btw-plicht vermits zij optreden als orgaan van de vennootschap die zij vertegenwoordigen.

Voor de rechtspersonen die een dergelijk mandaat opnemen, ligt de zaak wat gecompliceerder, vermits een rechtspersoon bezwaarlijk als niet zelfstandig handelend kan worden beschouwd. Dus zijn de aangerekende of toegekende vergoeding in principe onderworpen aan de btw.

In het verleden kon de bestuurder-rechtspersoon ervoor kiezen om niet onderworpen te worden aan de btw (in analogie met de regeling voor de natuurlijke personen). Dit had en heeft vooral zijn nut wanneer de werkvennootschappen deze btw niet kunnen recupereren. Er bleef wat verwarring bestaan of deze keuze per mandaat kon gemaakt worden, dan wel geldde voor alle opgenomen mandaten.

Voortaan stelt de BTW-administratie dat de keuze van al dan niet onderwerping aan de btw gemaakt wordt voor alle huidige en toekomstige mandaten. En dat deze keuze onherroepelijk is.

Een wijziging zal voortaan enkel toegestaan worden indien de situatie zeer grondig en onomstotelijk gewijzigd is.