Publicaties

Aandelenopties: hoe zit dat precies?

Er bestaan verschillende manieren om uw werknemers en/of bedrijfsleiders te belonen. Dat hoeft niet altijd met een klassieke bezoldiging te zijn. Een alternatief is het toekennen van aandelenopties. Voor u daaraan begint, moet u natuurlijk wel weten waaraan u begint. We zetten de juridische en fiscale regels op een rijtje en wijzen u op enkele mogelijke valkuilen.

Wat zijn aandelenopties?

Als u een aandelenoptie geeft aan uw werknemer, geeft u hem de mogelijkheid om op een later tijdstip aandelen van uw bedrijf te kopen tegen een prijs die nu al wordt vastgelegd. De werknemer kan dan na een bepaalde tijd (minimum één jaar) de optie 'lichten'. Met andere woorden de werknemer kan er dan voor kiezen om in te gaan op de mogelijkheid en aandelen te kopen tegen de vooraf bepaalde prijs. In feite is een aandelenoptie dus een verkoopbelofte.

Hoe gaat het in zijn werk?

De volledige procedure voor het opzetten van een aandelenoptieplan wordt geregeld door de aandelenoptiewet van 1999.

De procedure begint bij de werkgever. Die doet een aanbod aan zijn werknemer. Die kan er dan voor kiezen om de aandelenoptie te aanvaarden (dit wil nog niet zeggen dat hij de optie ook 'licht', er van gebruik maakt om de onderliggende aandelen ook te kopen) of te weigeren. Om problemen te vermijden, wordt een werknemer automatisch geacht het aanbod te weigeren, tenzij hij het aanbod vóór de zestigste dag schriftelijk aanvaardt. Als een werknemer dus aandelenopties krijgt aangeboden en hij wil er op ingaan, moet hij dit schriftelijk te kennen geven binnen de termijn van 60 dagen.

Fiscale behandeling bij de ontvanger van de aandelenopties

Over de fiscale behandeling van de opties is lang gediscussieerd. Niet zo zeer over de vraag 'of' een optie belast moet worden. Maar eerder 'hoe' of 'wanneer'. Het is duidelijk dat een optie een belastbaar voordeel van alle aard is. De optie wordt immers aan de werknemer toegekend als een soort (bijkomende) bezoldiging, om hem aan het bedrijf te binden.

Zo'n voordeel moet dan natuurlijk ook belast worden. Maar daarvoor moet het eerst gewaardeerd worden. En dan wordt het moeilijker. Moet de waarde van de optie (het voordeel) bepaald worden op het moment van de toekenning (als de werknemer het voordeel krijgt) of bij de lichting (als hij er werkelijk gebruik van maakt)?

Uiteindelijk werd er voor geopteerd om het moment van de toekenning als uitgangspunt te nemen. Op dat moment kan de werkelijke waarde niet vastgesteld worden. Daarom wordt (zoals bij vele voordelen van alle aard) het voordeel forfaitair geraamd.

Eerst wordt de waarde van het aandelen waarop de optie betrekking heeft vastgelegd. Wanneer de aandelen niet-beursgenoteerd zijn, wordt de waarde van het aandeel vastgesteld in functie van de werkelijke waarde van het aandeel op het ogenblik van het aanbod. Deze waardering moet gebeuren op eensluidend advies van de commissaris-revisor van de vennootschap die de aandelen uitgeeft of als die er niet is een bedrijfsrevisor of een accountant.

Op basis van de waarde van het aandeel, wordt de waarde van de optie (het voordeel) forfaitair geraamd. De optie wordt geacht 18 % van de berekende waarde van het aandeel, waard te zijn. Deze 18 % geldt voor opties met een looptijd van maximum vijf jaar. Per jaar dat er boven ligt, komt er 1 % bij.

Het voordeel wordt geschat op een verlaagd percentage van 9 % (en verhoogd met 0,5 % per jaar dat het vijfde jaar overschrijdt), wanneer aan al de volgende voorwaarden voldaan is:

  • de uitoefenprijs van de optie wordt definitief vastgesteld op het ogenblik van het aanbod,
  • de optie moet worden uitgeoefend na het einde van het derde en vóór het tiende kalenderjaar na het jaar van het aanbod,
  • de optie mag niet onder levenden worden overgedragen (maar enkel bij overlijden),
  • het risico van vermindering van waarde van de aandelen waarop de optie betrekking heeft na de toekenning ervan, mag niet worden gedekt door de vennootschap die de optie toekent (ook niet onrechtstreeks), en
  • de optie moet betrekking hebben op aandelen van de vennootschap voor wie de persoon die de optie krijgt werkt of van een andere vennootschap die een rechtstreekse of onrechtstreekse deelneming heeft in de eerste vennootschap.

Een mooie beloning, maar let op

Let dus wel op met aandelenopties: de werknemer wordt belast op het moment dat hij de optie ontvangt. Het meest uitgelezen moment om de optie te lichten is wanneer dat de waarde van de onderliggende aandelen hoger is dan de aanvankelijk vastgelegde waarde bij toekenning van de optie door de werkgever. Dan kan de werknemer de optie lichten aan een lagere prijs dan het aandeel op dat moment waard is. Natuurlijk kan het dat dit moment nooit voorvalt, omdat de aandelen niet (meer) in waarde stijgen. Als dat het geval is, heeft de ontvanger van de optie bij de toekenning belastingen betaald op een voordeel dat hij nooit werkelijk ontvangen heeft.